Compost wordt bijna dagelijks door iedereen gebruikt, en daardoor lijkt het zo vanzelfsprekend. Dat het een meerwaarde voor de bodem is, dat lijdt geen twijfel. Maar dan dienen we wel op een aantal zaken te letten. We staken ons licht op bij Martijn van Vijfeijken, eigenaar van en onafhankelijk adviseur bij Vitaland B.V. Met twaalf jaar ervaring bij een composteerbedrijf gaat hij geen enkele vraag die gesteld moet worden uit de weg.
GreenTechPower: ‘Wat maakt compost van goede kwaliteit en waaraan herken je slechte compost?’
Martijn van Vijfeijken: ‘Compost is van goede kwaliteit wanneer er tijdens het composteerproces stabiele humusverbindingen worden gevormd. Compost doorloopt eerst een hittefase waarin vers organisch materiaal wordt afgebroken door micro-organismen. Daarna volgt een opbouwfase waarin – bij een goed proces – een stabiele organische stof ontstaat. Deze humus bestaat uit complexe, zuurstofhoudende koolstofverbindingen die bijdragen aan een goede bodemstructuur en voeding van het bodemleven. Voor een goede humusvorming moet er gedurende het composteerproces voldoende zuurstof aanwezig zijn en mag de temperatuur niet te hoog worden: maximum zeventig graden. Goede compost ruikt licht naar bosgrond en mag niet stinken. Slechte compost ruikt wat scherp en zuur en plakt vaak meer aan je vingers. Geur is een goede raadgever bij de beoordeling van compost.’
GTP: ‘Waar moet een tuinaanlegger op letten bij de keuze en toepassing van compost?’
Martijn: Dat hangt sterk af van de manier van toepassen. Wanneer compost in de bodem wordt ingewerkt, is het belangrijk dat deze goed is uitgerijpt. Uitgerijpte compost bevat stabiele humusverbindingen en ondersteunt de bodemstructuur en het bodemleven. Wanneer de compost te vers is bij het inwerken, dan onttrekt deze na toepassing nog zuurstof aan de bodem. Dat kan dieper in de bodem leiden tot rotting en nog jaren nadelige gevolgen hebben. Wortels willen in zo’n rottingsmilieu niet groeien. Wanneer compost wordt gebruikt om af te strooien, dan mag hij wat minder uitgerijpt zijn, omdat er bovenop de bodem voldoende zuurstof is voor de verdere omzetting. Ook kan versere compost stikstof onttrekken, waardoor de kleur achterblijft. Maar dat is makkelijk te corrigeren door met wat extra stikstof te bemesten.
Een ander belangrijk punt is dat de compost niet te zout mag zijn.
Wanneer compost is gemaakt van bijvoorbeeld veel Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT), en het composteerproces niet goed is verlopen, bestaat de kans dat hij te zout is. Dit kan vooral bij jonge planten tot schade leiden. Dit kan je simpel zelf testen door de compost te verdunnen met gedemineraliseerd water en deze oplossing te meten met een EC-meter (Electrical Conductivity).’
GTP: ‘Welke voordelen biedt compost voor de bodem en het bodemleven?’
Martijn: ‘Compost bevat veel koolstof, wat een voedingsbron is voor bodemleven.Daarnaast bevat goede compost veel biologie (bodemleven). Ook bevat compost organisch gebonden voedingsstoffen die geleidelijk worden vrijgegeven. In een verdichte bodem kan goede compost met veel humus juist zorgen voor zuurstofrijkere omstandigheden. Maar dan moet hij wel goed zijn uitgerijpt.’
‘Wanneer de compost te vers is bij het inwerken, dan onttrekt deze na toepassing nog zuurstof aan de bodem.’
GTP: ‘Moet je voor verschillende bodemtypes (zand, klei, leem) verschillende compost gebruiken?’
Martijn: ‘Dat hoeft niet per se, maar het kan wel voordelen bieden. Wanneer compost wordt toegepast op zandgrond, dan kan meer kleiachtige compost extra voordelen bieden.’
GTP: ‘Hoeveel compost is ideaal per vierkante meter en hoe werk je deze het best in de bodem in?’
Martijn: ‘Wanneer compost wordt doorgemengd, ben ik voorstander van egaal door de bodem mengen, maar niet te intensief. Zeker wanneer een bodem al van goede kwaliteit is, is het verstorend om de bodem te veel te mengen. Wanneer een bodem sterk verdicht is, mag de compost wel wat forser doorgemengd worden.’
‘De optimale dosering hangt sterk af van de manier van toepassen en het doel. Ik vind in de meeste situaties 10% compost doormengen een maximum. Dus 1 cm compost per 10 cm bodem waarin hij wordt gemengd. Hiervoor moet de compost erg uitgerijpt zijn en van goede kwaliteit. Kleinere hoeveelheden zijn vaak al heel effectief. Bij te grote hoeveelheden moet worden gelet op een teveel aan zouten en op een hoog kaliumgehalte, die op hun beurt dan weer de opname van calcium en magnesium blokkeren.’
GTP: ‘Tot welke diepte moet compost worden ingewerkt, vooral bij aanplant?’
Martijn: ‘Heel uitgerijpte compost kan tot vrij diep worden doorgemengd. De optimale diepte hangt af van de soort planten en van de bodemeigenschappen. Zitten er storende lagen, vermeng deze dan met de compost. Zit er al vrij hoog geel zand of een dikke kleilaag, dan kan het slimmer zijn om deze juist met rust te laten.’
GTP: ‘Kan compost ook gebruikt worden als mulchlaag rond planten of bomen?’
Martijn: ‘Een mulchlaag is een hele mooie manier om de bodem te beschermen, het bodemleven te voeden en om voeding te brengen. Bij mulchen ben ik voorstander van houtig materiaal, of licht gecomposteerd blad. Doordat het is gecomposteerd zijn de onkruiden verdwenen en wordt de voeding goed opgenomen in de bodem.’
‘De kwaliteit van de organische stof bepaalt de waarde ervan in de bodem. Een percentage tussen 3,5 en 5% vind ik optimaal.’
GTP: ‘Wanneer kies je voor schimmeldominante compost?’
Martijn: ‘De meeste bodems bevatten veel bacteriën, maar komen positieve schimmels tekort. Schimmelrijke compost sluit goed aan bij plantensoorten die hier baat bij hebben, zoals heesters. Dus vooral in borders is schimmelrijke compost vaak waardevol.’
GTP: ‘Is het aan te raden om lava of grof zand toe te voegen bij compost voor zwaardere kleigronden?’
Martijn: ‘Lava of steenmeel komt compost ten goede. Van grof zand ben ik geen voorstander. Dan zou ik eerder kiezen voor zeoliet, wat een driedimensionale kristalstructuur heeft en daardoor de bodem luchtiger kan maken.’
GTP: ‘Moet je extra voedingsstoffen toevoegen bij composttoediening, of is compost op zich voldoende?’
Martijn: ‘Het beste is om dat gericht te doen op basis van een bodemanalyse. Maar vaak zijn elementen zoals borium, mangaan en zwavel laag. Deze laat ik regelmatig door de compost mengen. De voeding wordt door de compost beter gebonden en eficiënter benut.’
GTP: ‘Wat is volgens u het ideale OS-percentage voor een tuin?’
Martijn: ‘Dat hangt sterk af van de grondsoort en historie van de bodem. Maar optimaal vind ik een percentage tussen 3,5 en 5%. Het is wel de kwaliteit van de OS (organische stof) die de waarde ervan in de bodem bepaalt, net zoals bij compost. Wanneer de organische stof veel zuurstof, biologie en humus bevat, mag het gehalte in de bodem hoog zijn. Wanneer de kwaliteit slecht is, kan dat de bodemstructuur in de weg zitten en kunnen planten en bodemleven daarvan veel last hebben.’
GTP: ‘Wanneer de kwaliteit van de OS slecht is, kan dat de bodemstructuur in de weg zitten en kunnen planten en bodemleven daarvan veel last hebben, schrijf je. Hoe pak je dit best aan?’
Martijn: ‘Uiteindelijk moet het bodemleven de kwaliteit van de organische stof verbeteren. Daarvoor is voldoende zuurstof nodig. Wortels zijn de belangrijkste manier om zuurstof in de bodem te krijgen en het bodemleven te voeden. Daarnaast kan bijvoorbeeld gips de bodemstructuur verbeteren, maar alleen indien er magnesium, kalium of natrium in overmaat is. Ook kan de bodem omgespit worden en met stabiele organische stof de structuur worden verbeterd.’
GTP: ‘Wat doet extra zwavel aan het bodemleven? En welke zwavel werkt het beste volgens jouw ervaringen?’
Martijn: ‘Zwavel is een bouwstof voor humusvorming en eiwitten. De plantopneembare vorm van zwavel is sulfaat. Kieseriet, Patentkali, gips en veel samengestelde meststoffen bevatten veel sulfaat. Dit is een zout en dient niet in te grote hoeveelheden tegelijk te worden gebracht, want daar heeft het bodemleven last van. Kleine giften kunnen wel waardevol zijn als plantenvoeding of om de verhoudingen in de bodem te verbeteren, zoals de Ca/Mg-verhouding. Om de humusvorming te stimuleren ben ik echter voorstander van elementaire zwavel (S in vaste vorm). Deze S wordt deels ingebouwd in de organische stof en kan deels worden omgezet in plantbeschikbare zwavel. Elementaire zwavel dient niet te worden ondergewerkt, maar bovenop of bovenin de zuurstofrijke zone te blijven, omdat er zuurstof en bodemleven nodig zijn voor een goede werking.’
GTP: ‘Gaat organische bemesting zorgen voor een vettige bodem, zoals beweerd wordt door de bedrijven die minerale meststoffen aanbieden?’
Martijn: ‘Dat hoeft helemaal niet. Dat kan gebeuren door verkeerde toepassing of bij een bodem die heel slecht van kwaliteit is. Een bodem die vettig wordt, is een gevolg van zuurstofarme processen. Bij een goede bodem en een goede toepassing voedt organische bemesting juist het bodemleven en zorgt het voor een betere structuur. Bij een slechte bodem zou ik niet als eerste overstappen naar organische NPK-voeding, maar eerst de bodemkwaliteit verbeteren door bijvoorbeeld toepassing van goede compost.’
GTP: ‘Als de bodem in balans is, moeten we dan nog bemesten? Of moeten we alleen jaarlijks organisch materiaal toevoegen?’
Martijn: ‘Als de bodem in balans is, zowel biologisch en fysisch als qua mineralen, dan kan hij in de meeste gevallen voldoende leveren wanneer hij voldoende wordt gevoed met organisch materiaal. Zeker in borders en plantsoenen is dat het geval.’
Martijn van Vijfeijken
Martijn van Vijfeijken is eigenaar van en onafhankelijk adviseur bij Vitaland B.V. Hij heeft twaalf jaar ervaring opgedaan bij een composteerbedrijf. Zijn grote passie voor bodem, bemesting en plantgezondheid zet hij in voor sportvelden, openbaar groen en de land- en tuinbouw. Zijn doel is om bodems en plantengroei optimaal te laten functioneren, waarbij met een gebalanceerde bemesting maximaal gebruik wordt gemaakt van natuurlijke processen.