Een bruin gazon is niet altijd verloren De voorbije zomers tonen steeds duidelijker aan dat langdurige droogte en extreme hitte geen uitzonderingen meer zijn. Voor tuinaanleggers betekent dit dat een gezonde grasmat niet langer alleen afhangt van een goede aanleg, maar vooral van een doordacht bodembeheer en een aangepaste onderhoudsstrategie. Een gazon dat tijdens een […]
De voorbije zomers tonen steeds duidelijker aan dat langdurige droogte en extreme hitte geen uitzonderingen meer zijn. Voor tuinaanleggers betekent dit dat een gezonde grasmat niet langer alleen afhangt van een goede aanleg, maar vooral van een doordacht bodembeheer en een aangepaste onderhoudsstrategie. Een gazon dat tijdens een hittegolf bruin kleurt, hoeft immers niet verloren te zijn. In de meeste gevallen gaat het gras in een natuurlijke rusttoestand om te overleven. De uitdaging bestaat erin om het herstel zo goed mogelijk te begeleiden en de grasmat weerbaar te maken tegen toekomstige droogteperiodes.
Niet elk gazon reageert op dezelfde manier. Siergazons met fijne grassoorten zoals vroeger werden aangelegd zijn doorgaans gevoeliger voor droogte dan recreatiegazons waarin onder meer zwenkgrassen , tetraploides en veldbeemd voorkomen. Deze laatste verdragen droogte beter, al blijven ook zij kwetsbaar bij langdurige hitte. Wanneer het gras voldoende diep heeft kunnen wortelen, blijven de wortels meestal leven, ook al sterven de bovengrondse delen tijdelijk af. Zodra er opnieuw voldoende vocht beschikbaar is, kan het gazon zich herstellen. Is de wortelontwikkeling echter beperkt of verkeert de grasmat al in een zwakke conditie, dan neemt de kans op blijvende schade sterk toe. Kale plekken worden vervolgens al snel ingenomen door onkruiden zoals hanenpoot, harig vingergras of door andere onkruiden.
Tijdens een droge periode is het belangrijk om het onderhoud aan te passen. Omdat de groei vrijwel stilvalt, hoeft er minder vaak gemaaid te worden. Bovendien wordt de maaihoogte best verhoogd. Langere grassprieten zorgen immers voor meer schaduw op de bodem, waardoor de verdamping afneemt en de wortelzone koeler blijft. Wanneer het gras volledig stopt met groeien, is het zelfs beter om tijdelijk helemaal niet meer te maaien.
Na een langdurige droogte begint het echte herstelwerk. Veel bodems worden namelijk waterafstotend of hydrofoob. De eerste regenbui loopt dan grotendeels af zonder dat het water de wortelzone bereikt. Een kwalitatief bevochtigingsmiddel (wetting agent ) kan in dat geval een groot verschil maken. Door de oppervlaktespanning van het water te verlagen, wordt vocht opnieuw opgenomen in de bodem en gelijkmatig verdeeld over het wortelprofiel. Hierdoor wordt niet alleen de wateropname verbeterd, maar ook de activiteit van het bodemleven gestimuleerd.
Wetting agents zijn zowel vloeibaar als in korrelvorm verkrijgbaar. Bij toepassing is het belangrijk om de bodem nadien voldoende te beregenen. Idealiter wordt ongeveer 15 tot 20 mm water toegediend, verspreid over meerdere gietbeurten. Zo krijgt het water de kans om rustig in de bodem te infiltreren zonder naar de laagste punten af te stromen.
Een eenvoudig bodemonderzoek kan aantonen of een bodem waterafstotend is. De zogenaamde druppeltest is hiervoor bijzonder geschikt. Wanneer waterdruppels langere tijd op de grond blijven liggen in plaats van in te dringen, is de bodem hydrofoob geworden en is een bevochtigingsmiddel aangewezen.
Voor een sneller herstel combineren steeds meer professionals een vloeibare wetting agent met humuszuren en zeewierextracten. Zeewier bevat natuurlijke plantenhormonen die de wortelontwikkeling stimuleren en de plant helpen om beter met stress om te gaan. Humuszuren verbeteren dan weer de bodemstructuur en ondersteunen het microbiële bodemleven. Samen vormen ze een krachtige combinatie om de vitaliteit van het gazon na een droogteperiode opnieuw op te bouwen.
Ook bemesting vraagt tijdens de zomer een doordachte aanpak. Snelwerkende minerale meststoffen kunnen het gras extra onder druk zetten en verhogen bovendien het risico op verbranding of ziekte. Organische, semi-organische of gecontroleerd vrijkomende meststoffen genieten daarom de voorkeur. Ze leveren voedingsstoffen geleidelijk vrij en ondersteunen een gelijkmatige hergroei zonder het gazon te forceren. Bemesten gebeurt idealiter vlak voor een regenbui of gevolgd door een beregening.
Niet elk gazon zal zich volledig herstellen. Op plaatsen waar het gras definitief afgestorven is, blijft doorzaaien noodzakelijk. Kies daarbij voor droogtetolerante graszaadmengsels. Vrijwel alle grote graszaadleveranciers beschikken vandaag over mengsels die specifiek ontwikkeld zijn voor warmere en drogere omstandigheden. Een succesvolle doorzaai begint met een voldoende vochtige en luchtige bodem. Verwijder eerst de afgestorven plantenresten, maak de bovenlaag los en breng indien nodig een geschikte bodemverbeteraar aan. Na het zaaien wordt het zaad licht afgedekt met een dun laagje dressgrond van maximaal een halve centimeter. Regelmatig licht beregenen zorgt vervolgens voor een vlotte kieming.
Water geven blijft een essentieel onderdeel van gazononderhoud, maar de manier waarop is minstens even belangrijk als de hoeveelheid. Diep en minder frequent beregenen stimuleert de ontwikkeling van diepe wortels, waardoor het gazon op termijn veel beter bestand wordt tegen droogte. De beste periode om water te geven is ’s morgens vroeg, bij voorkeur tussen vier en negen uur. Op dat moment is de verdamping beperkt en kan het water maximaal doordringen tot in de wortelzone. Bovendien blijft het gazon tijdens de warmste uren van de dag koeler, waardoor de hittestress afneemt.
Een veelgemaakte fout is dat men te snel concludeert dat een bruin gazon dood is. In werkelijkheid bevindt het gras zich vaak slechts in een rustfase. Pas wanneer na een periode van voldoende regen geen nieuwe groei meer zichtbaar wordt, kan men spreken van blijvende schade. Het verschil tussen bruin en dood gras wordt uiteindelijk bepaald door wat zich onder de grond afspeelt.
Daar ligt meteen ook de belangrijkste les voor de toekomst. Een gezond gazon begint niet aan de oppervlakte, maar onder de grond. Een goed ontwikkelde wortelzone, een luchtige bodemstructuur, voldoende organische stof en een actief bodemleven vormen de basis van een droogtetolerante grasmat. Wie uitsluitend vertrouwt op veel water en veel meststoffen om een gazon groen te houden, creëert vaak net een zwak wortelstelsel dat bij de eerste hittegolf problemen ondervindt.
De klimaatverandering dwingt de sector om anders naar gazonbeheer te kijken. Niet de hoeveelheid water die wordt gegeven bepaalt het succes, maar de kwaliteit van de bodem waarin het gras groeit. Een sterke bodem maakt uiteindelijk het verschil tussen een gazon dat de zomer overleeft en een gazon dat jaar na jaar steeds opnieuw moet worden hersteld.

Droogtetolerante grassen met gedeeltelijk veldbeemd met rietzwenkgras gecombineerd

Op plaatsen waar het gras definitief afgestorven is, blijft doorzaaien noodzakelijk.
Met meer dan 25 jaar ervaring in de golfsector als hoofdgreenkeeper is Koen Verhelst een voorstander van het aanpakken van problemen bij de bron en dit op een duurzame manier. Als adviseur bij Intergrow NV deelt hij zijn expertise en passie voor duurzame oplossingen in de groensector.