Steeds meer groenverantwoordelijken, hoveniers, gemeenten, terreinbeheerders en golfbaanbeheerders zoeken naar manieren om grasvegetaties natuurlijker en bloemrijker te beheren. In particuliere tuinen ontstaat meer vraag naar bloemenweides en rough-achtige gebieden. Ook in parken, bermen en roughs op golfbanen wordt steeds vaker gekozen voor extensiever beheer en meer biodiversiteit. Een plant die hierbij een verrassend belangrijke rol […]
Steeds meer groenverantwoordelijken, hoveniers, gemeenten, terreinbeheerders en golfbaanbeheerders zoeken naar manieren om grasvegetaties natuurlijker en bloemrijker te beheren.
In particuliere tuinen ontstaat meer vraag naar bloemenweides en rough-achtige gebieden. Ook in parken, bermen en roughs op golfbanen wordt steeds vaker gekozen voor extensiever beheer en meer biodiversiteit.
Een plant die hierbij een verrassend belangrijke rol kan spelen, is de ratelaar.
In Belgie komen we vooral de kleine ratelaar (Rhinanthus minor) en de grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) tegen. Beide soorten zijn halfparasieten op grassen en kunnen daardoor helpen om een te sterke grasdominantie terug te dringen.
Een rijke bodem is voor veel grassen ideaal. Vooral op voedselrijke gronden kunnen snelgroeiende grassoorten zich sterk ontwikkelen. Ze vormen een dichte grasmat waarin kruiden en bloemen steeds minder ruimte en licht krijgen.
Daar komt de ratelaar in beeld.
De ratelaar is een halfparasitaire plant. De plant doet zelf aan fotosynthese, maar maakt daarnaast verbinding met de wortels van vooral grassen. Via deze verbinding onttrekt hij water en voedingsstoffen aan zijn waardplant. Hierdoor wordt de groeikracht van dominante grassen afgeremd.
Het gevolg is interessant voor het groenbeheer: wanneer de grasgroei minder dominant wordt, komt er meer licht en ruimte beschikbaar voor andere planten. Wilde bloemen en kruiden krijgen daardoor meer kans om zich te ontwikkelen.
Daarom wordt de ratelaar ook wel de ‘natuurlijke grasmaaier’ genoemd.

De ratelaar kan interessant zijn voor verschillende vormen van extensief groenbeheer:
Vooral wanneer een bestaande grasvegetatie te sterk domineert, kan de ratelaar een waardevolle aanvulling zijn.
De keuze tussen kleine en grote ratelaar hangt mede af van de omstandigheden op de locatie.
De kleine ratelaar (Rhinanthus minor) is een eenjarige soort die van nature voorkomt in redelijk schrale, zonnige en vaak wat drogere grasvegetaties. De bloemen zijn relatief klein en geel.
De soort wordt veel toegepast bij ecologisch beheer van tuinen, bermen en andere grasvegetaties. Op zeer voedselrijke grond is de kleine ratelaar minder geschikt. Wanneer het gras te krachtig groeit, krijgt de jonge ratelaar onvoldoende licht en ruimte.
Een belangrijk voordeel is dat de kleine ratelaar zich jaarlijks opnieuw kan uitzaaien. Na een koudeperiode kiemt het zaad in het voorjaar. De plant bloeit voornamelijk in mei en juni en vormt vervolgens zaad.
Belangrijk: wordt de kleine ratelaar te vroeg gemaaid, voordat hij zaad heeft gevormd, dan verdwijnt hij het jaar daarop uit de vegetatie.
De grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) is eveneens een halfparasiet op grassen en komt vooral voor in vochtige, matig voedselrijke graslanden. De soort kan worden ingezet om grasdominantie te verminderen en daarmee ruimte te creëren voor andere kruiden.
Grote ratelaar is onder andere te vinden in hooilanden, bermen en dijken. De soort kan goed samengaan met andere kruidenrijke vegetaties en levert bovendien nectar voor verschillende insecten.
De grote ratelaar is doorgaans wat robuuster dan de kleine ratelaar en kan vooral interessant zijn op locaties waar de bodem voldoende vochtig is.
Een belangrijk punt bij het zaaien van ratelaar is het moment waarop dit gebeurt.
De zaden hebben een koudeperiode nodig om goed te kunnen kiemen. Ratelaar is daarom een zogenoemde winterkiemer.
De beste periode om te zaaien ligt in het algemeen tussen augustus en december, waarbij het najaar een uitstekende periode is.
Voor groenonderhouders betekent dit dat de voorbereiding en het zaaien mooi kunnen worden meegenomen in het reguliere najaarsbeheer.
1. Maai de bestaande vegetatie kort. (Scalperen)
Een dichte, hoge grasmat vormt te veel concurrentie voor jonge ratelaars.
2. Voer het maaisel af.
Door het maaisel af te voeren wordt voorkomen dat opnieuw voedingsstoffen aan de bodem worden toegevoegd. Dit helpt bovendien om de vegetatie geleidelijk te verschralen.
3. Maak de bodem plaatselijk open.
Door te harken, te krabben of bijvoorbeeld met een wiedeg de grasmat licht open te werken, ontstaan kleine open plekken. Hierdoor komt het zaad rechtstreeks in contact met de bodem.
4. Zaai oppervlakkig.
Het zaad hoeft niet diep in de grond. Licht aandrukken is voldoende om goed bodemcontact te krijgen.
5. Gebruik vers zaad.
Voor een goede vestiging is het belangrijk om vers zaad van een betrouwbare herkomst te gebruiken.
Een praktische tip bij het handmatig zaaien is om het zaad te mengen met bijvoorbeeld wit zand. Daardoor is beter zichtbaar waar het zaad al is uitgestrooid.
Een veelgemaakte fout is om ratelaar simpelweg over een dichte, hoge grasmat uit te strooien.
De ratelaar heeft namelijk niet alleen een geschikte graswaardplant nodig, maar ook voldoende licht en contact met de bodem om te kunnen kiemen en zich te ontwikkelen.
Wanneer een bestaande grasmat zeer dicht en hoog is, zal het jonge plantje in het voorjaar snel worden overschaduwd.
Op sterk voedselrijke locaties kan daarom eerst een periode van verschralend beheer nodig zijn. Vroeger en vaker maaien en het maaisel afvoeren kan helpen om de groeikracht van het gras geleidelijk terug te brengen.Maaien voordat het gras in bloei komt.
Ratelaar zaaien is één ding. Zorgen dat de plant zich vervolgens blijvend kan handhaven, is een tweede.
Vooral bij de eenjarige kleine ratelaar is het belangrijk dat de plant de volledige cyclus kan doorlopen:
kiemen → groeien → bloeien → zaad vormen → uitzaaien.
Wordt het terrein te vroeg gemaaid, dan worden de planten verwijderd voordat ze nieuw zaad hebben gevormd.
Laat de ratelaar daarom bloeien en afrijpen voordat er wordt gemaaid. Wanneer de zaaddozen droog zijn, laten de zaden los. Bij beweging hoor je het karakteristieke ratelende geluid waaraan de plant zijn naam te danken heeft.
Na het afrijpen kan het terrein worden gemaaid en is het belangrijk om het maaisel af te voeren.
Het mooie van ratelaar is dat de plant niet rechtstreeks de bloemen bevoordeelt. Hij beïnvloedt eerst de concurrentie tussen de planten.
Door dominante grassen af te remmen, ontstaat een opener vegetatie. Daardoor krijgen laagblijvende en minder concurrerende kruiden meer mogelijkheden.
Soorten als margriet, knoopkruid, boterbloem en andere inheemse kruiden kunnen hierdoor meer ruimte krijgen.
Zo kan een grasvegetatie zich geleidelijk ontwikkelen tot een gevarieerder en bloemrijker grasland.
Voor bestuivers levert dat eveneens voordelen op. Een grotere variatie aan bloeiende planten betekent immers een groter en gevarieerder voedselaanbod voor onder andere bijen, vlinders hommels en zweefvliegen.
Voor groenonderhouders kan ratelaar vooral interessant zijn wanneer hij wordt meegenomen in een bestaand kruiden- of graszaadmengsel.
Bij de aanleg van een nieuwe bloemenweide kan kleine of grote ratelaar worden toegevoegd aan het gekozen mengsel, afhankelijk van de omstandigheden van de locatie.
Ook bij bestaande grasvegetaties kan doorzaaien een mogelijkheid zijn, mits er voldoende open plekken en licht aanwezig zijn.
De aanbevolen zaaihoeveelheid voor kleine ratelaar wordt in de aangeleverde informatie genoemd op ongeveer 0,5 tot 2,5 kg per hectare, met als doel een dichtheid van circa 100 tot 200 planten per m². Op zeer productieve graslanden kan een hogere zaaidichtheid nodig zijn. De exacte hoeveelheid is echter sterk afhankelijk van de uitgangssituatie, het zaad en de kwaliteit van de bestaande grasmat.
De inzet van ratelaar betekent niet dat de maaier overbodig wordt. Integendeel: goed maaibeheer blijft essentieel.
Het verschil is dat het maaien wordt afgestemd op de natuurlijke ontwikkeling van de vegetatie. Niet zo vaak en kort mogelijk, maar op het juiste moment en met afvoer van het maaisel.
Ook gefaseerd of sinusmaaibeheer kan interessant zijn. Door niet overal op hetzelfde moment te maaien, blijft er gedurende een langere periode bloei en dekking aanwezig en krijgen planten de mogelijkheid om zich opnieuw uit te zaaien.
De ratelaar is misschien geen opvallende plant wanneer hij tussen het gras groeit. Toch kan hij een belangrijke functie vervullen in de ontwikkeling van kruidenrijke graslanden.
Voor groenonderhouders ligt hier een interessante kans. In plaats van een sterke grasgroei voortdurend met intensief beheer te bestrijden, kan de natuurlijke werking van een halfparasitaire plant worden benut.
Minder dominante grassen, meer ruimte voor kruiden en bloemen en een grotere biodiversiteit.
Of het nu gaat om een particuliere tuin, een park, een berm of een rough op een golfbaan: waar de omstandigheden geschikt zijn, kan ratelaar een waardevolle partner zijn in de overgang naar ecologisch en extensiever groenbeheer.
En wie aan het einde van de zomer door een bloemrijke weide loopt en het zachte geratel van de droge zaaddozen hoort, weet dat de plant zijn werk heeft gedaan.



Met meer dan 25 jaar ervaring in de golfsector als hoofdgreenkeeper is Koen Verhelst een voorstander van het aanpakken van problemen bij de bron en dit op een duurzame manier. Als adviseur bij Intergrow NV deelt hij zijn expertise en passie voor duurzame oplossingen in de groensector.