
Eind januari hadden we een afspraak in het centrum van Ledeberg bij Gent met Andreas Meerburg, een ietwat aparte tuinaannemer. De man die Plantmanagement heeft gestudeerd trekt op zijn bakfiets door Gent om tuinen in de stad om te toveren tot een oase van rust. ‘De Fietstuinier’ is al acht jaar een begrip in Gent en de kleine agglomeratie.
Acht jaar geleden ruilde Andreas een job als medewerker op een bioboerderij in de buurt van Mechelen voor een stap in het grote onbekende. Hij kwam uit de landbouw en had van daaruit altijd al connectie met de fijnegroenteteelt. Op de bioboerderij leerde hij iemand kennen die tuinonderhoud met de fiets deed en dat zette hem er mee toe aan om de stap te wagen.
Andreas Meerburg: ‘Voor mij was het heel duidelijk dat ik de ecologische principes van kringlooptuinieren wilde gaan toepassen in ‘mijn’ tuinen. Ik heb altijd in Gent gewoond, dus het lag voor de hand om mijn zaak hier te gaan uitbouwen. Er zijn hier in groot Gent een pak tuintjes te onderhouden – ook grotere – en heel het gedoe met een auto in de stad zette mij ertoe aan om alles ‘in fietsformaat’ te gaan doen. Ik zie de mobiliteitsproblematiek niet als een moeilijkheid, maar beschouw het als een troef om van daaruit te werken. Als er bijvoorbeeld veel snoeiafval moet worden afgevoerd, dan kijken we wel hoe we dat op dat moment aanpakken. Maar ik wil niet investeren in een grote bestelwagen en aanhanger voor de paar keren dat ik die nodig heb. Met de bakfiets ben je altijd sneller en is parkeren geen probleem.’
‘Ik kom altijd ontspannen en op het afgesproken uur bij mijn klanten en heb geen last van de verkeersdrukte, noch van een circulatieplan. In de stad zijn er veel verschillende formaten van tuinen. Ik ga niet discrimineren op grootte: iemand met een tuin waar ik bijvoorbeeld één keer per jaar een uurtje werk heb, is voor mij even belangrijk als iemand met een tuin waar ik dagen werk heb. Die combinatie van kleine en grote tuinen is perfect te organiseren. Mensen met een kleine tuin zijn supercontent dat ze geholpen worden, ze vertellen het rond en dat komt mijn zaak ook ten goede. En ik weet dat ik bij die klanten jarenlang het onderhoud zal mogen doen.’
Andreas: ‘Ik heb Agro- en Biotechnologie Plantmanagement gestudeerd – professionele plantaardige productie dus – en weet heel goed wat planten nodig hebben om te groeien. Voor en na heb ik nog veel plantenkennis opgebouwd door interesse en bijscholing. Toen ik begon met mijn zelfstandige activiteit voelde ik dat het directe contact met de klanten om hen te begeleiden naar een rijkere tuin me energie geeft.
Wat ik niet graag doe, zijn grote grondwerken. Ik wilde mij bij voorkeur specialiseren in de kleine tot middelgrote stadstuinen en daarin het verschil gaan maken. Ik heb een netwerk met collega’s die onder meer grondwerken doen, en in die gevallen doe ik beroep op hen. Dat is geen vast samenwerkingsverband, maar iets dat we project per project bekijken.’
Samenwerken met collega-boomverzorger
Sinds vier jaar werkt Andreas met een aantal vaste onderaannemers, onder wie er een is die twee dagen per week meedraait. Dit jaar start een vaste samenwerking met een boomverzorger om samen snoeiwerken aan te pakken. Op die manier kunnen ze de tuinen volledig afgewerkt achterlaten en moeten ze niet heel de tijd met de agenda zitten schuiven en continu met elkaar telefoneren. Mensen zijn daar heel enthousiast over en het komt veel krachtiger over. De tuin in zijn geheel wordt onder handen genomen, en iedereen draagt zijn steentje bij met zijn specialisatie. De klant heeft de keuze om zelf contact met de boomverzorger op te nemen of via Andreas. Bijna iedereen kiest voor het laatste.
Planning voor een heel jaar
Andreas: ‘Sinds vier jaar maak ik mijn planning bij aanvang van het jaar al op voor het hele jaar. Ik combineer tuinonderhoud met advies, ontwerp en aanleg. Voor het onderhoud stuur ik in de winter een mail naar alle klanten met de vraag of we verder doen, de frequentie aanpassen … Dat geeft voor de klanten houvast, en zelf kan ik ook gestructureerder te werk gaan in het maken van mijn agenda. Ik ben nu bijna acht jaar bezig en heel wat tuinen heb ik van in het begin in onderhoud. Er zijn klanten waar ik één keer per jaar kom en andere waar ik iedere maand de tuin onderhoud. Die afspraken op voorhand vastleggen geeft mij en de klant heel wat rust en komt de balans tussen werk en privé ten goede. De bevestiging krijgen dat klanten je ieder jaar terug willen motiveert om het telkens weer wat beter te doen. In mijn planning hou ik ook een reservedag per maand om eventuele vertraging te kunnen inhalen.’
‘Als er verschillende aanvragen beginnen binnen te lopen, zeg maar eind februari, dan kan ik al een eerste selectie maken van de klanten die ik ga nemen. En als ik dan voel dat de klik er niet is, verwijs ik iemand graag door naar een collega. Dat wordt gewaardeerd door de mensen en niemand moet zich forceren om een andere tegemoet te komen: je blijft alle twee in je waarde staan als mens.’
‘Ik voorzie woensdag als vaste administratiedag waarop ik tijd maak om naar tuinen te gaan kijken, ontwerpen te maken, mails die blijven hangen te verwerken … zodat ik dat niet allemaal ’s avonds hoef te doen. Zo sta ik er ook op om alles via mail te laten lopen. Die mails kan ik enkel thuis op mijn computer lezen. Zo heb ik geen overdosis aan kanalen waar alle info verspreid staat, maar blijft alle communicatie helder en mooi gestroomlijnd. Het voorkomt discussies achteraf, en zo kan ik mij tijdens de dag volledig gefocust houden op het werk zelf. En mijn hoofd kent rust.’
Andreas: ‘Toen ik begon, heb ik een website, een Facebookpagina en een flyer gemaakt. Die laatste heb ik op een aantal hotspots in Gent verspreid: plaatsen waar mensen komen die met het gedachtegoed van ecologisch en kringlooptuinieren vertrouwd zijn. Ik bied de mensen aan om zelf mee te werken in hun eigen tuin: dat creëert betrokkenheid, wat zeker bij de aanplantingen heel belangrijk is. Tijdens het aanplanten kan ik de mensen dan tips geven over de planten en dat maakt het allemaal nog veel concreter. Mensen komen vaak bij mij omdat ze eerst zelf geprobeerd hebben, maar dan nog dat extra zetje nodig hebben om hun tuin terdege aan te pakken. Die betrokkenheid die zorgt ervoor dat de klant tevreden is en blijft: hij ziet en weet wat er gebeurt en waarom.’
Direct contact met de klant
Het is net dat direct contact dat voor het verschil zorgt, en maakt dat Andreas met de klanten hun tuin ook een evolutie mag doormaken. Soms kan het zijn dat hij bepaalde planten nog niet snoeit, zodat ze bijvoorbeeld eerst kunnen bloeien en ze zo tot hun volle recht komen. Als alles tegelijk gesnoeid moet worden, dan komt de schoonheid van veel planten niet echt tot haar recht. Onze Fietstuinier legt zijn klanten ook uit waarom en hoe hij iets doet en dat wordt gewaardeerd.
Andreas: ‘Ik vind het juiste snoeitijdstip heel belangrijk. Als het moet, kom ik liever wat later nog eens terug om net die ene plant bij te snoeien. Ik heb plaatsen gehad waar vooraleer ik er kwam bepaalde planten nog nooit gebloeid hadden, omdat ze steeds te vroeg gesnoeid werden.’
Organisch groeien
Andreas: ‘Ik ben in 2018 gestart in bijberoep om mezelf de tijd te geven om dat organisch te laten groeien, en eind 2020 ben ik er volop voor gegaan. Op twee jaar tijd was het voldoende opgebouwd om er een volwaardige activiteit van te maken. Je moet jezelf de tijd geven: ik heb geen zware investeringen moeten doen en heb dus geen druk op dat vlak. Daardoor kan ik mijn eigen accenten leggen en mijn eigen identiteit uitbouwen. En daarom trek ik net die klanten aan die met mij willen werken en is het verloop van klanten nagenoeg nihil. Terwijl ik met onderhoud bezig ben, komt er hier en daar de vraag om ook eens een stuk van de tuin opnieuw aan te leggen, en zo ben ik ook begonnen met ontwerpen te maken. Van kleine hoekjes in bestaande tuinen is dat ondertussen uitgegroeid tot totaalontwerpen. En ik moet zeggen dat die ene dag bureauwerk in de week een aangename afwisseling is. Nu is mijn ontwerpagenda nog leeg, maar als de eerste voorjaarszon zich laat zien gaan de aanvragen binnenlopen en tegen het begin van de zomer zit die zeker goed vol. Ik vind ook dat iedereen in zijn eigen specialisatie tot zijn recht moet komen. Mijn specialisatie ligt bij planten. Wanneer er grondwerken nodig zijn, besteed ik dat uit aan een gespecialiseerde collega. Zo gaat het werk efficiënter en beter, en het maakt dat ik me op mijn kernactiviteit kan blijven focussen.’
Tuinadvies
Bij tuinadvies voor nieuwe klanten gaat Andreas de bestaande tuin rond, benoemt en bespreekt hij elke plant, en geeft aan wat de ecologische waarde van die plant is. De klant krijgt daar achteraf een verslag van, aangevuld met wat tips om bepaalde dingen te verbeteren. Heel vaak komt daarna de vraag om samen de tuin een eerste onderhoud te geven en in veel gevallen wordt dat een vaste klant.
Andreas: ‘Soms is het onderscheid tussen advies en ontwerp niet zo duidelijk. Wanneer ik voel dat die klant geen advies maar eigenlijk een ontwerp nodig heeft, dan zeg ik dat ook gewoon. Als het een
complete (her)aanleg wordt, dan zijn we vertrokken voor een traject waarin we stap voor stap de klant begeleiden. Soms kan het zijn dat hij een stuk van de tuin of een voortuintje wil laten heraanleggen en dan stel ik bijvoorbeeld een plantenlijst voor. Als ik gecontacteerd word voor een ontwerp dan ga ik eerst de situatie ter plaatse bekijken en de wensen inventariseren. Daarna maak ik een raming op voor het ontwerp. Naarmate het ontwerp vorm krijgt, kan ik beginnen met de kostenraming voor de uitvoering.’
Andreas biedt verschillende trajecten aan:
Andreas: ‘De prijs voor het ontwerp is in de eerste drie situaties dezelfde, in het vierde geval is er een meerkost omdat ik dan ook meer werk aan het ontwerp heb. Het is dus goedkoper dat iemand mij enkele uren betaalt om planten uit te zetten dan dat ik een compleet ontwerp moet maken.’
‘Het jaar na de aanleg is er ook intensieve opvolging voorzien met één of twee bezoekmomenten in de tuin. In de lente die volgt op het eerste jaar doen we ook samen een eerste lenteonderhoud. Daarna kan de klant het onderhoud zelf opnemen, of aan mij toevertrouwen.’
Andreas: ‘Ik rij met een elektrische fiets en in principe werk ik tot maximum een uur fietsen. De meeste klanten zitten in het centrum of net buiten de ring van Gent. Gemiddeld ben ik vijftien tot twintig minuutjes onderweg. Als ik achteraf kijk, dan heb ik altijd meer kilometers op de teller dan ik vermoedde.’
‘De boomverzorger waar ik nu al een tijd mee samenwerk, heeft de voordelen gezien en nu ook een fiets gekocht: dezelfde als de mijne. In stedelijk gebied zie ik enkel maar voordelen. In landelijk gebied zijn de afstanden tot de klanten groter en heb je ook groter materieel nodig om de meestal grotere tuinen te onderhouden. Daar valt het voordeel van de fiets soms weg, maar het belang van kringlooptuinieren en plantenkennis blijft natuurlijk voor elke tuin van belang.’
Andreas: ‘De meestgestelde vraag van collega’s en nieuwe klanten! Al wat we kunnen verhakselen blijft in de tuin waar mogelijk. Ik heb een kleine draagbare hakselaar die takken met een diameter tot 4,5 centimeter aankan. Daarmee kan ik al wat gesnoeid wordt ter plaatse versnipperen. Als we het dan moeten meenemen is het volume al veel kleiner. En blijft er heel veel snoeihout of snippers achter, dan is er altijd wel iemand van de collega’s die een bestelwagen of aanhanger heeft. Maar als ik het naga over een heel jaar gebeurt toch 95% van mijn werk met de fiets.’
‘De kleinste tuin is pakweg 20 m² en de grootste tuin 1.000 m². De grootste site is 2.500 m². Als er wordt aangelegd, dan laat ik het
materiaal ter plaatse leveren. En in sommige gevallen komt de klant zelf materiaal of plantgoed ophalen: dat is mogelijk door het directe contact dat we met de klanten hebben.’
Open communicatie met de klanten
Andreas houdt van direct contact, of zeg maar open communicatie met zijn klanten. Dat maakt dat zijn bedrijf op een bijzondere manier klanten bindt, in een filosofie waar eerlijkheid en openheid de toon aangeven. Het sociaal contact met mensen is een onmiskenbaar gegeven doorheen zijn leven.
Andreas: ‘Je omringt je met mensen die je versterken en aanvullen, en ziet elkaar niet als concurrenten maar als collega’s. De markt is groot genoeg en er is voldoende werk. Als mensen door omstandigheden eens moeten minderen: geen probleem, daar heb ik alle begrip voor. Soms kom je ook klanten tegen met een klein netwerk die het menselijke contact erg missen. Dan neem ik graag even tijd om te babbelen en te luisteren naar hen.’
De concurrentie
Andreas: ‘In Gent is er ondertussen nog een collega die fietstuiniert en als stagiair bij mij is begonnen. Zij werkt nu mee in onderaanneming met mij. Ik heb nooit het gevoel gehad dat we concurrenten voor elkaar zijn. We gunnen elkaar het licht in de ogen, we kennen elkaar en weten dan ook waarin we elkaar kunnen aanvullen. Ik maak me absoluut geen zorgen over te weinig werk omdat er nog een tweede fietstuinier is bijgekomen. Integendeel.’
GTP: ‘Je hoofdinvestering is je fiets: geen gewone neem ik aan?’
Andreas: ‘Nee, ik heb een Bullitt-bakfiets met een op maat gemaakte bak om mijn materiaal te kunnen opbergen. Daarbij heb ik ook een trailer van Trailon, een nieuw Gents merk. Door te zoeken naar een fiets kwam ik uit op trailers van Carla Cargo, waarvan we hier ook een Gentse verdeler hebben. Deze verdeler bouwt zelf ook zijn eigen trailers onder de naam Trailon. Ik heb dan een aantal prototypes mogen uittesten en uiteindelijk het eerste prototype gekocht. Verder is mijn investering aangevuld met de traditionele haagschaar, bosmaaier enzovoort. Als ik met de aanleg start, ga ik niet beginnen met de grond te frezen, maar maak ik deze los met de woelvork. Hiermee kun je op heel korte tijd een heel grote oppervlakte losmaken en klaarmaken om te zaaien. De tijd die we in kleine tuinen zouden winnen door meer te mechaniseren, verliezen we in de hoeken en kanten. Bovendien wordt de bodem zo minder geïmpacteerd. Hij is niet alleen veel beter voor de bodem, de woelvork is ook makkelijk mee te nemen in de fiets en is geen grote investering.’
GTP: ‘Parkeren met de fiets?’
Andreas: ‘Met de fiets alleen kan ik op het voetpad staan, en als dit niet breed genoeg is dan zet ik mij dwars tussen de auto’s. Daar is altijd wel plaats om te gaan staan zonder deze te hinderen in het wegrijden of inparkeren. Als ik met mijn trailer rijd, dan moet ik die misschien afkoppelen en wat verderop parkeren. Maar in al die jaren is parkeren nog geen probleem geweest.’