Doornik is een stad met een rijk verleden. Net op het moment van ons bezoek komt burgemeester Marie-Christine Marghem de splinternieuwe plantenserre bewonderen. Hierdoor hoeft de groendienst geen planten meer aan te kopen. Naast deze serre ligt een waterbassin met 200.000 liter water, afkomstig van de daken van de groendienstgebouwen. Duurzaam watermanagement, kortom.
Na Tongeren wordt Doornik beschouwd als de oudste stad van België. Doornik bestond al in de Romeinse tijd onder de naam Turnacum en was een belangrijke nederzetting tijdens de eerste en tweede eeuw na Christus. De stad werd gesticht aan de Schelde op een kruising van heirbanen. Later was de nederzetting de hoofdstad van het Frankische rijk, en ook daarna heeft ze een belangrijke cultuurhistorische rol gespeeld. Rond 432 na Christus kwam de stad in Frankische handen. Onder de Salische Franken Childerik en Clovis was Doornik tot 486 de hoofdstad van het Frankische rijk. Clovis verplaatste in 486 het Frankische machtscentrum naar Parijs.
In de vijftiende eeuw kende de stad een bloeiende lakenhandel en werd ze een voorname leverancier van wandtapijten.
Onder de Franse koning Lodewijk XIV kwam de stad weer in Frans bezit volgens het Verdrag van Aken uit 1668. In 1815, na de Slag bij Waterloo, ging ‘Tournai’ deel uitmaken van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en in 1830 werd de stad onderdeel van België. Sinds 2008 maakt Doornik deel uit van de Eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik.
Oppervlakte van tweehonderd vierkante kilometer
Wij zijn uitgenodigd door Alexandre Carlier die verantwoordelijk is voor alle onderhoudsteams van de stad, onder meer voor gebouwen, wegen en groenvoorziening. Het managementteam van de afdeling Groenvoorzieningen van de stad bestaat uit Gauthier Fontaine, Gregory Raes en Johan Dumortier. Carlier ontvangt ons op de nieuwe groendienstlocatie die in maart 2023 in gebruik werd genomen. Hij vertelt dat het nodig was om de groendienst te vestigen in Rumillies, een van de deelgemeentes, omdat het op de oude locatie in het centrum zelf te klein werd. Naast de nieuwe loods zitten in een gerenoveerd ouder gebouw alle bijbehorende kantoorruimtes.
Doornik beslaat een oppervlakte van maar liefst tweehonderd vierkante kilometer. De stad bestaat uit dertig voormalige gemeentes die in 1976 werden samengevoegd. De groendienstafdeling bestaat uit vijftig personeelsleden, van wie tien zich vooral richten op het onderhoud van de 33 begraafplaatsen.
Een economische activiteit die duidelijk een stempel drukt op het buitengebied van Doornik zijn de vele steengroeves. Doornik heeft er een aantal, maar de belangrijkste zijn de groeves bij Vaulx en Gaurain- Ramecroix (groeve La Roquette). Circa vijf procent van de tweehonderd vierkante kilometer oppervlakte van de stad bestaat uit steengroeves. Hier wordt de blauwe steen gewonnen, ook wel ‘petit granit’ of Doornikse steen genoemd. Deze steensoort, een zwartblauw gelaagde kalksteensoort, is door de eeuwen heen gebruikt in talloze architecturale bouwwerken en kunstwerken, zoals bijvoorbeeld bij de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Doornik. Door verwering wordt de steen zilvergrijs. Ook de lakenhallen van Ieper en het Gravensteen van Gent zijn met dit type steensoort gebouwd. Naast steengroeves heeft de stad ook industrieterreinen, die gezamenlijk circa vijf vierkante kilometer beslaan.
Vernieuwing centrum
In totaal heeft Doornik (met de 29 deelgemeentes/dorpen) ongeveer zeventigduizend inwoners. Dit betekent circa 320 inwoners per vierkante kilometer. Het hoogste punt van de stad ligt op 149 meter boven zeeniveau. Deze heuvel heet Mont-Saint-Aubert. Jaarlijks ontvangt de Waalse stad ongeveer honderdduizend toeristen, en de stad zou graag nog meer toeristen verwelkomen. De meeste komen momenteel uit ons eigen land, de Franse toeristen staan op nummer twee.
Doornik heeft veel evenementen zoals carnaval, de Grote Processie van Doornik en Les 4 Cortèges, waarbij gedurende meerdere dagen met praalwagens met reuzen en de Ridders van de Toren door de stad geparadeerd wordt. Door de stad loopt ook een beroemd wandelpad, een van de routes naar Santiago de Compostela. Verder heeft de stad een Ravel-fietsroutenetwerk met een lengte van meer dan tien kilometer, en ze gaat ervan uit dat er de komende jaren nog veel fietspaden bijkomen. In ieder geval stimuleert de stad haar eigen personeel om te gaan fietsen.
Op het moment van ons bezoek wordt in het centrum in de omgeving van het Belfort hard gewerkt. Zo wordt de Rue Saint-Martin, de ingang van de stad en een belangrijke verkeersader, sinds het voorjaar van 2025 gerenoveerd en verbeterd. Alle wegen en tunnels op deze belangrijke weg richting het centrum vanaf het kruispunt Saint-Martin worden vernieuwd. Ook het rioolnetwerk wordt hierbij volledig aangepakt.
95 procent in eigen beheer
Bij het onderhoud van de voetbal- en atletiekvelden neemt de groendienst van de stad de atletiekvelden voor zijn rekening, terwijl de voetbalclubs zelf het onderhoud van hun voetbalvelden regelen. Dat de groendienst zuinig aan moet doen, blijkt wel uit het budget dat jaarlijks beschikbaar is. Dat bedraagt ongeveer 400.000 euro. Daarbij moet je bedenken dat de groendienst ook nog eens circa 95 procent van alle werkzaamheden zelf uitvoert. Slechts rond de vijf procent wordt uitbesteed aan derden. Zo wordt al het groen van de tweehonderd vierkante kilometer dus door de groendienst zelf gesnoeid en gekapt, inclusief noodkap, en ook al het gras wordt zelf gemaaid
Om dat werk aan te kunnen heeft de stad onder meer drie tractoren met maaiarm: een New Holland T6.155 met 125 pk, een Lamborghini R3 Evo 100 met 100 pk en een Fiat F100 met eveneens 100 pk. De New Holland-tractor wordt ingezet voor maaiwerkzaamheden, sneeuwruimen en bomen snoeien/kappen. Naast de genoemde werktuigen heeft de stad ook een Votex Jumbo Flex-zijklepelmaaier met kantelbaar frame, die daardoor breder inzetbaar is. Door het hoofdframe te kantelen wordt de hoogte van het scharnierpunt van de maaikap aangepast. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld ondiepe sloten en hoger gelegen velden te maaien. Twee hydraulische accumulatoren zorgen voor een soepel werkend hydraulisch systeem. Ook heeft de stad een Vandaele M6 met achtergedragen armmaaier.
Om op de kosten van al het onderhoud aan de tractoren, machines en werktuigen te besparen voeren groendienstmedewerkers veel onderhoud zelf uit. In de nieuwe loods is dan ook een luxe onderhoudswerkplaats.
Bezoek burgemeester aan plantenserre
Vanwege het feit dat op het budget gelet moet worden, besloot de stad enige tijd geleden om alle planten zelf te gaan kweken. In de nieuwe plantenserre met een oppervlakte van negenhonderd vierkante meter staat het vol met planten die de groendienstmedewerkers kunnen gebruiken. Ook een deel van de vierhonderd hanging baskets met bloemen die jaarlijks opgehangen worden in het zomerseizoen heeft hier zijn winteronderkomen. Toevallig net op het moment van ons bezoek komt burgemeester Marie-Christine Marghem samen met de schepen voor Dorpen, Milieu en Sport van de stad, Emmanuel Vandecaveye, de splinternieuwe serre bewonderen. Na dit bezoek nemen Carlier en wat groendienstmedewerkers ons mee naar het waterbassin naast de plantenkas. Het blijkt een bassin van 200.000 liter te zijn, waarmee zo veel mogelijk groen in de stad van water wordt voorzien. Het water is afkomstig van de daken van de gebouwen van de gemeentewerf en dus duurzaam.
Proefdraaien met Pellenc
Speciaal voor het vegen van de straten en pleinen na evenementen heeft de stad twee veegmachines: een Amazone KMLS 180 en een kleinere Italiaanse Peruzzo 1200. Bij de nieuwe loods laten de groendienstmedewerkers even een greep zien uit het machine- en toestellenbestand. Ze showen een Kaaz LM5360-handmaaier, een kleiner type Franse Bugnot 55 BV.N34-houtversnipperaar, een Toro HoverPro 500-zweefmaaier en een Kubota Z1-2 zeroturn-zitmaaier uit de Ze-serie. De Toro HoverPro 500, die je normaliter op golfbanen tegenkomt, gebruiken de medewerkers om hellingen en steile bermen mee te maaien. Volgens de groendienstmedewerkers worden maaiwerkzaamheden met deze zweefmaaiers kwalitatief beter uitgevoerd en is het ook veiliger voor de medewerkers omdat ze steviger kunnen staan op een helling.
Om het toestellenpark te verduurzamen draait de groendienst van Doornik momenteel proef met accutoestellen. Vandaag werken de medewerkers nog voornamelijk met Stihl-benzinetoestellen. Reden om eventueel over te stappen op accumodellen is de lagere uitstoot en het lagere geluid.
Veel Kubota’s
Dat Doornik maar liefst twaalf Japanse Kaaz LM5360-handmaaiers heeft, is volgens de groendienst vooral omdat deze maaiers lichter zijn dan de Honda-handmaaiers. Verder is de kwaliteit volgens de dienst net zo goed en maaien ze ook wat lichter. Naast de reeds genoemde Kubota Z1-2 zitmaaier heeft de groendienst ook nog twee Kubota G21E-zitmaaiers met grasopvang. Die worden gebruikt om het gras te maaien. En achter op het terrein van de groendienst zien wij ook nog twee Kubota-zitmaaiers met cabine en grasopvang. Het gaat om een Kubota F3890 en een Kubota F3680. Deze machines worden dan weer gebruikt voor het maaien van alle bermen en parken, zowel in de stad zelf als in het grote buitengebied. Naast een John Deere en Deutz-Fahr miditractor heeft de groendienst ook twee Kubota-miditractoren, een LX-351 en een STV-36. Carlier: ‘In het hoogseizoen, zoals nu, zijn van onze tractoren er meestal twee dagelijks in de stad bezig en twee in het buitengebied.’
De groendienst heeft ook nog een Husqvarna R 316TX AWD-ruwterreinmaaier met luxe V-twin motor. Volgens de groendienst was de reden om hem aan te kopen vooral de prijs. Met de Husqvarna R 316TX AWD wordt vooral gemaaid rondom kerken en scholen en in kleinere parken. Daarbij pakt de groendienst het slim aan. Eerst wordt door de schoonmaakafdeling van de stad al het vuil weggehaald van de gazons en dan pas wordt er gemaaid. Zodoende zit er nooit vuil in het afgevoerde materiaal. Daarbij is het zo dat de stad wat betreft het grasmaaien alleen bij de eerste maaibeurt in het voorjaar het gras opvangt en afvoert. Niet zozeer om de grasmat te verschralen, maar omdat er anders eenvoudigweg te veel organische massa op de grasmat blijft liggen. Na deze eerste maaibeurt (en de afvoer van het gras ervan) wordt het gras alleen nog maar gemulcht.
Doornik zelf heeft ongeveer zevenduizend vierkante meter bloemenweides verspreid over de stad liggen. Uiteraard voor meer biodiversiteit en om bloemensoorten, vlinders, bijen en andere insecten een kans te geven. De stad zou best meer bloemenweides willen, maar gezien haar budget en het feit dat ze nu al moeite heeft om met haar medewerkers het onderhoud van het bijna tweehonderd vierkante kilometer grote grondgebied bij te houden, zouden meer bloemenweides wel een uitdaging worden. Wat de 33 begraafplaatsen betreft, gaat de stad op termijn wel het roer omgooien. In plaats van bijvoorbeeld de huidige gravelpaden gaat alles op termijn naar graspaden en bloemenweides.
Drie nieuwe Citroëns
Als wij met Carlier door de stad rijden, komen wij groendienstmedewerkers tegen die bomen aan het snoeien zijn vanuit een spinhoogwerker. De takken worden in een Bugnot-houtversnipperaar gegooid. Bij de automerken kiest Doornik voor onder meer Renault Masters, Citroën Jumpers, Peugeot Boxers en Iveco’s. In januari dit jaar werden drie nieuwe Citroën Jumpers gekocht van het budget van vorig jaar. De groendienst heeft ook al een aantal elektrische auto’s, zoals twee elektrische Renault Kangoo’s en één elektrische Dacia Spring.
Veegwagens en vuilnisophaalwagens en -machines en dergelijke zijn in Doornik niet ondergebracht bij de groendienst. Deze staan allemaal bij een apart onderdeel van de gemeentewerf dat zich bezighoudt met het schoonmaken van de stad.