Ieper staat natuurlijk bekend vanwege het feit dat het in de Eerste Wereldoorlog totaal verwoest werd. Toch is de stad weer mooi opgebouwd in de oorspronkelijke middeleeuwse stijl, evenals de vestingwerken. Een knap staaltje werk van onze bouwmeesters. Aansluitend heeft de stad een buitengebied van 130 km2 dat onderhouden moet worden. Volgens het Diensthoofd Groendienst van de stad, Arno Verstraete, is het een hele uitdaging om dit grote, diverse en groene patrimonium te beheren. Hij omschrijft de strategie wat de buitenruimte betreft als ‘duurzame, conflictvrije inrichting van de buitenruimte’.
Oude vermeldingen van de stad Ieper gaan terug tot de elfde eeuw. De naam zou afkomstig zijn van het riviertje de Iepere, later Ieperlee(t) genoemd. Met 35.000 inwoners is het de op vijf na grootste stad van West-Vlaanderen. Zoals veel Vlaamse steden groeide de stad organisch uit tot een georganiseerde gemeenschap die zich in een waterrijk en vlak gebied aan de voet van een versterkte burcht ontwikkeld had. Opeenvolgende rechten en extra charters schonken de gemeenschap beetje bij beetje een stedelijk karakter.
Sinds de middeleeuwen is Ieper een echte lakenstad, en het dankt zijn welvaart dan ook vooral aan de lakennijverheid. Wol werd vanaf de dertiende eeuw vanuit Engeland ingevoerd en opgestapeld in de Lakenhallen tot het verkocht werd aan de ambachtslieden. Aan het einde van de middeleeuwen ging de lakennijverheid alweer ten onder, mede als gevolg van diverse oorlogen. Sommige Vlaamse steden wisten de lakennijverheid vol te houden tot in de zestiende eeuw.
Al vroeg in de negentiende eeuw industrialiseerde Stad Ieper en groeide uit tot de derde stad van het graafschap Vlaanderen. In de Eerste Wereldoorlog lag Ieper op de frontlijn en werd het zo goed als met de grond gelijkgemaakt. Niet enkel bij de toeristen is de stad met haar vele mooie, herbouwde middeleeuwse gebouwen en kerken populair: Stad Ieper is ook economisch aantrekkelijk gemaakt. De stad beschikt over een aantal bedrijventerreinen die gezamenlijk een oppervlakte van maar liefst 350 hectare beslaan. Het grootste bedrijventerrein van de stad is te vinden langs het Ieperleekanaal.
Lakenhallen en Menenpoort
Als belangrijkste gebouwen van de stad Ieper zijn wel de Lakenhallen met het Belfort en de Menenpoort te noemen. De Menenpoort is een stadspoort aan de oostzijde van de oude stad. De poort werd gebouwd als Brits oorlogsmonument, en draagt de namen van 54.896 vermiste soldaten. Elke dag om acht uur ’s avonds wordt de Last Post er gespeeld door de leden van de Last Post Association, als herinnering aan de gesneuvelden in en rondom Ieper.
Op het marktplein van de stad eisen de Lakenhallen en het Belfort alle aandacht op. De bouw begon omstreeks het jaar 1260 en was gereed in 1304. Gedurende de veertiende eeuw was dit het grootste gebouw in de westerse wereld. Achter de Lakenhallen ligt de Sint-Maartenskathedraal. Deze was voorheen de kathedraal van het voormalige bisdom Ieper.
De stad heeft deels ook nog de oorspronkelijke vestingwerken uit het jaar 1678. Momenteel is het vestingengebied met de bijbehorende grachten een groot natuurgebied met tevens een recreatieve functie. De natte weides en ruwe delen van deze vestingwerken werden aanvankelijk door medewerkers van de stad gemaaid, maar sinds twintig jaar worden vierbenige gemeentewerkers ingezet. Volgens Arno Verstraete, sinds 2024 Diensthoofd Groendienst van Stad Ieper, zijn schapen perfect om de steile hellingen van de vestingwerken mee te begrazen. En de schapen die gebruikt worden voor het begrazen zijn zelf ook levend erfgoed. Het gaat namelijk om het schapenras ‘het Vlaams Schaap’. De dieren zijn eigendom van de stad zelf. Volgens Verstraete zijn de schapen ook reclame voor de stad, aangezien ze nu lammetjes hebben en zowel de eigen burgers als de toeristen dat uitermate schattig vinden natuurlijk.
Creatieve en inventieve aanpak buitengebied
Volgens Verstraete volgt Ieper een aanpak waarbij het de stad zelf met haar gebouwen heel netjes houdt. Een buitengebied ligt als groene long om deze mooie stad heen. Stad Ieper met haar tien deelgemeentes telt in totaal ongeveer 35.000 inwoners. Het aantal toeristische overnachtingen ligt jaarlijks op ruim 326.600 (jaar 2024) en het aantal dagtoeristen lag in 2024 op 1,56 miljoen. Het buitengebied bedraagt maar liefst 130 vierkante kilometer. Volgens Verstraete houdt dit in dat de stad relatief gezien weinig inwoners per vierkante kilometer heeft. Het onderhoud van dit buitengebied is financieel gezien dus best lastig, met het beperkte aantal middelen dat de stad heeft. Verstraete: ‘Om de beeldkwaliteit van het buitengebied goed te houden, gaan wij dus creatief en inventief aan het werk.’
En ook in de stad zelf is het onderhoud best lastig, omdat ze een zeer divers palet aan bestratingen en verhardingen heeft. Dit loopt uiteen van Franse dolomietsplit, over halfverhardingen en kasseien tot keramische verhardingen. ‘Vandaar ook dat wij vaak combinaties van technieken moeten toepassen om een aanvaardbare beeldkwaliteit te kunnen behouden’, aldus Verstraete.
In totaal heeft de groendienst van de stad een vijfenveertigtal personeelsleden. De verdeling tussen in eigen beheer uitvoeren en werken door derden laten verrichten is in het groeiseizoen fiftyfifty. In de winterperiode doet de groendienst vrijwel alles zelf. Volgens Verstraete heeft de stad drie redenen om iets uit te besteden. Ten eerste zijn er tijdens het groeiseizoen piekmomenten, waarop de stedelijke diensten handen tekortkomen. Ten tweede worden klussen uitbesteed als de groendienst zelf niet het specialisme, het materieel of het gespecialiseerde personeel heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor werkzaamheden als boomverzorging (dit jaar door Dellobel Greenservice), het vegen van verharde oppervlaktes, bermbeheer en het maaien en schoonhouden van watergangen, wadi’s en bufferbekkens (door Watteyne Groenbeheer en Loonbedrijf uit Sint-Jan). En ten derde worden klussen uitbesteed als het gaat om de veiligheid van de eigen medewerkers, dus bijvoorbeeld bij werkzaamheden langs zeer drukke wegen.
Onderscheid zomer- en winterperiode
Bij de groendienstwerkzaamheden wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de zomer/groei- en de winterperiode. In de groeiperiode wordt in ploegen gewerkt en wordt het reguliere werk uitgevoerd, zoals gras maaien, scheren van de heggen, wieden van onkruid en onkruidbeheer op oppervlaktes. In de winterperiode bestaan de werkzaamheden vooral uit snoeien, hakhoutbeheer, nieuwe aanplant, zomerbed wegnemen (voor nieuwe aanplant) en plantenvakken vullen. Al het aanplanten van groen gebeurt in principe in eigen beheer. Alleen bij (grotere) projecten wordt vaak wel gekozen om het uit te besteden. Er wordt dan bijvoorbeeld beroep gedaan op maatwerkbedrijven, zoals Westlandia en De Groene Kans. Verstraete: ‘En wij zetten de juiste plant of boom tegenwoordig ook op de juiste plaats. We hebben steeds aandacht voor voldoende doorwortelbaar volume in de ondergrond, waarbij wij conlictvrije inrichtingen met toekomstperspectief voorzien.’ Zo wordt ook het grote marktplein bij de Lakenhallen de komende tijd meer vergroend.
Bij de werkzaamheden die worden uitbesteed werkt de stad nauw samen met plaatselijke tuinaannemers als Tuinen Dewulf uit Boezinge (deelgemeente van Stad Ieper), Tuinen Holack uit Langemark, Tuinen Ward uit Sint-Jan (ook een deelgemeente van Stad Ieper) en Timo-Tuin uit Poperinge. Daarbij kiest de groendienst volgens Verstraete bewust voor tuinaannemers uit de eigen streek. In de eerste plaats omdat die terreinkennis hebben, maar ook omdat de stad lokale ondernemers wil steunen. De groendienstmedewerkers verrichten in de hele stad werkzaamheden, behalve in die gedeeltes waar de Commonwealth War Graves Commission verantwoordelijk voor is, zoals bijvoorbeeld rondom het monument van de Menenpoort.
Onderhoud dertien begraafplaatsen
Ieper verzorgt het onderhoud van maar liefst dertien begraafplaatsen. Daarbij doet de stad het groenbeheer enerzijds en het concessiebeheer anderzijds. De stad heeft zoveel begraafplaatsen omdat voorheen iedere deelgemeente haar eigen begraafplaats had. Wij kregen tijdens ons bezoek ook zicht op de grootste begraafplaats van de stad. Verstraete vertelt dat deze langzaamaan steeds ecologischer wordt gemaakt door het donkere gravel te vervangen door gras en bloemen. Hij bestudeert even de grasmat en ziet naar tevredenheid dat er op een bepaalde plaats wilde margrieten opkomen. Even verderop is een medewerker van de groendienst bezig met het maaien van de paden tussen de graven met een Grillo FD 450-zitmaaier. Een nauwkeurig werkje.
Elektrische vrachtwagen te duur
Sinds begin maart heeft Stad Ieper een splinternieuwe Mercedes-Benz Actros 2843, geleverd met een bulkcontainer met opbouwklapnetten en op maat gemaakt door de firma Valvan (Red.: omdat het containersysteem nog geleverd moest worden, staat op deze foto op de vorige pagina nog een ander containersysteem) en Palfinger PK 18002 EH-kraan. De reden om voor diesel te gaan is volgens Verstraete omdat elektrisch budgettair niet inpasbaar was. Wel heeft deze vrachtwagen een Euro 6-motor. Het voordeel van het nieuwe containersysteem is dat je de containers overal neer kunt zetten en snel weer op kunt halen. Voorheen had de stad een vrachtwagen met een vaste kippende bak, maar een containerhaaksysteem werkt veel lexibeler. Omdat de containers nu afgezet kunnen worden, kan de groendienst er ook (zware) machines in vervoeren. Verstraete: ‘De Valvan-bulkcontainer wordt geheel op maat gemaakt voor ons. Wij gaan er ook snoeiafval en maaisel mee vervoeren en ophalingen van groenafval bij burgers mee verzorgen. Door de Palfinger-kraan op deze nieuwe vrachtwagen kunnen wij onszelf en onze ploegen beter faciliteren.’
De stad heeft één elektrische bestelwagen die door de mechaniekers wordt gebruikt, onder meer om herstellingen en depannages te doen op verplaatsing. Daarnaast heeft de groendienst nog twee Alkè ATX 340E elektrische werktuigdragers. Eentje daarvan wordt ingezet voor de ‘NetIeper’-ploeg, onder meer voor het ledigen van afvalbakken. De andere wordt door de groenploeg gebruikt voor allerhande groendienstwerkzaamheden, in het centrum en op de vestingen. De elektrische Tender-bakfietsen van Urban Arrow worden als vuilnisophaalwagen ingezet op de vestingen en in het centrum, omdat ze zo smal en handig zijn. Ook heeft de stad nog wat cng-voertuigen, zoals een Iveco Daily 35-140 bakwagen. Deze wordt gebruikt door de onderhoudsploeg van het centrum.
Extensiever maaibeleid
Wat het maaibeleid betreft, zit Stad Ieper in een omschakeling naar extensiever maaibeheer, mede in het belang van de natuur en de biodiversiteit. Maar niet alleen voor de natuur, zoals de vlinders, bijen en andere insecten: ook voor de beleving van de burgers, volgens Verstraete. Daardoor verandert de komende tijd ook het maaimachinepark. Zo is vorig jaar een Grillo FD 13.09 vierwielaangedreven hydrostatische maaier met grasopvang aangeschaft. Toevallig staat die nu net in de werkplaats voor een onderhoudsbeurt. In diezelfde werkplaats zien wij ook een Grillo Climber 10-ruwterreinmaaier. Deze wordt effectief ingezet als ontstruiker en op oneffen terrein voor het maaien van ruigtes. Een volgende investering die op de planning staat, is een hydrostatische frontmaaier, ook met grasopvang.
Na deze rondgang door de werkplaats gaan wij naar achteren, waar de medewerkers zich na de pauze alweer klaarmaken om aan het werk te gaan. Ze hebben nog wel even tijd om twee Stihl-toestellen te showen.
Het ene is een Stihl KMA 130 R met een City Cut-model maaischijf erop, het andere een Stihl FSA 135 met traditionele bosmaaierkop. Ook staat op het plein een Iseki TG6495-miditractor met daarachter een combisysteem met watervat en pomp voor watergift aan plantsoenen en regelbare hogedruk voor reinigingswerken.
Drie merken handmaaiers
Wat onkruidbestrijding betreft, heeft de stad al een Heatweed-systeem dat werkt door middel van thermische onkruidbestrijding met heet water. Toch koos men onlangs voor een nieuwe Ripagreen Pack Easy-heteluchtonkruidbestrijder met lessenwagen en ergonomisch harnas. Reden om voor de Ripagreen te gaan, is dat Verstraete denkt dat deze een aanvulling is op de technieken die reeds voorhanden zijn. De vooropgestelde beeldkwaliteit behalen gaat hiermee veel efficiënter. ‘En je hebt geen B-rijbewijs nodig. Het is voor ons een extra techniek, vooral ook om op moeilijk bereikbare plaatsen te komen’, aldus Verstraete.
In de herfst worden in en rondom de stad circa vierhonderd bladmanden gezet waarin burgers het bladafval van de openbare ruimte kunnen verzamelen. Deze bladmanden worden leeggezogen met een Trilo M4-bladzuiger. Deze machine was een zeer efficiënte aankoop volgens Verstraete, omdat hij nu twee man personeel uitspaart die hij op andere werven kan inzetten: nu zit er één op de bladzuiger, voorheen waren er drie mensen nodig om de bladmanden leeg te maken.
Bij onze rondgang door het buitengebied van de stad komen wij medewerkers tegen die aan het maaien zijn. Een maait met een Stihl FSA 135-accubosmaaier keurig de randjes en twee maaien met een zelftrekkende grasmaaier. Verstraete is zeer tevreden over de accumaaimachines. ‘Zoals je ziet, maaien wij hier slechts de randen en paden binnendoor, om bloemen en insecten zo veel mogelijk een kans te geven.’ Naast de zelftrekkende handmaaiers heeft de stad nog diverse benzinemaaiers.
Soms moet werfpersoneel ook creatief zijn en zelf oplossingen bedenken om bepaalde werkzaamheden goed uit te kunnen voeren. Zo zien wij tijdens onze rondgang door het buitengebied een stadswerfmedewerker bezig met een Massey Ferguson 5450 Dyna-4 en een drijfmesttank met een door werfpersoneel zelf ontworpen buizensysteem. Hij is bomen water aan het geven. Volgens Verstraete moet je nu al water geven: ‘Je moet zorgen dat de ondergrond al goed vochtig is, vóór het droog wordt.’