Praktische keuzes voor doorzaaien bij duurzame sportvelden

26 maart 2026
Koen Verhelst en William Boogaarts
William Boogaerts, Peter Menten, DLF, Eliet, Redexim en Koen Verhelst

Iedereen is er ondertussen van overtuigd dat de seizoenen zowat de kluts kwijt zijn. Die wisselvalligheid maakt het onderhoud en de renovatie van sportvelden er niet makkelijker op, en stelt de greenkeepers en groundsmen voor uitdagingen. Welke keuzes maak je dan om je terrein in het voorjaar in optima forma te krijgen?

We hebben de praktische uitdagingen voorgelegd aan Koen Verhelst en William Boogaerts die in een vorig leven beiden hoofdgreenkeeper waren op verschillende golfbanen.

1. Doorzaaien in het voorjaar

GreenTechPower: ‘Waarom zou je vroeg doorzaaien in het voorjaar (vanaf circa 8°C bodemtemperatuur)?’

Koen Verhelst: ‘Tijdens de winterperiode verliest een gemiddeld sportveld een aanzienlijk deel van zijn grasbestand. Speelschade wordt in het groeiseizoen grotendeels vanzelf hersteld, maar in de winter is de schade vrijwel altijd groter dan het natuurlijke herstel. Zodra in het voorjaar de bodemtemperatuur circa 8°C bereikt, komt de groei opnieuw op gang — niet alleen van gras, maar ook van vroege onkruiden.’

‘Omdat sportvelden vaak openbare of gemeentelijke ruimtes zijn, is chemische onkruidbestrijding sterk beperkt en veelal alleen mogelijk via uitzonderingsregelingen. Preventie is daarom essentieel. Door vroeg in het voorjaar door te zaaien met 100% Engels raaigras, met een hoog aandeel tetraploïde rassen, wordt snel een dichtere en competitievere grasmat opgebouwd. Tetraploïde rassen kiemen bij lagere temperaturen en geven jonge onkruiden minder kans om zich te vestigen.’

‘Deze aanpak sluit perfect aan bij de principes van Integrated Pest Management (IPM), waarbij een gesloten, vitale grasmat de basis vormt voor het onderdrukken van ongewenste planten. Een bijkomend voordeel is dat het voorjaar doorgaans vochtiger is, waardoor de noodzaak tot beregenen beperkt blijft. Tegen de tijd dat de echte droogteperiode aanbreekt, beschikken we al over sterker gewortelde en beter ontwikkelde planten.’

‘Hoewel het voorjaar een belangrijke periode is voor doorzaaien, mogen ook zomer en najaar niet worden vergeten. Door regelmatig door te zaaien behouden we een gezonde, dichte grasmat en verminderen we structureel de druk van ongewenste grassen en kruiden.’

William Boogaerts: ‘We krijgen steeds vaker te maken met grillige weersomstandigheden: perioden met veel neerslag worden afgewisseld met droogte, langdurige hitte en extremere temperaturen. Daarom is het belangrijk om de periode dat we doorzaaien zoveel mogelijk te verlengen, dus ook vroeg in het voorjaar. De veredeling en ontwikkeling van grasrassen spelen hier voortdurend op in, met als doel onder alle omstandigheden een zo sterk en stabiel mogelijke grasmat te realiseren. Nieuwe grassoorten en jonge planten zijn beter aangepast aan het huidige klimaat en aan de ziektes en stressfactoren waarmee we vandaag de dag te maken hebben. Bovendien beschikt nieuw graszaad altijd over extra groeikracht en energie, wat bijdraagt aan een snelle vestiging. De keuze voor de juiste rassen speelt hierin een sleutelrol: sterke rassen zorgen niet alleen voor een snellere sluiting, maar ook voor een duurzamer gesloten mat.’

‘Een belangrijk aandachtspunt in deze periode is het beoordelen van zowel de actuele als de voorspelde temperatuur. Op basis daarvan kan een inschatting worden gemaakt van het aantal dagen dat nodig is voor kieming. Hierbij wordt vaak gesproken over Growing Degree Days (GDD), maar in het vroege voorjaar is het concept van Germination Degree Days (GerDD) minstens zo relevant. Dit begrip richt zich specifiek op de cumulatieve temperatuur die nodig is om de kieming van graszaad op gang te brengen.’

‘Bij lage luchttemperaturen en koude bodemcondities in het zeer vroege voorjaar is de keuze van het juiste type raaigras cruciaal. Westerwolds raaigras is in deze omstandigheden vaak de geschikte optie. Voor de kieming van dit type zijn circa 90 tot 100 graaddagen nodig. Ter vergelijking: traditioneel Engels raaigras en tetraploïde varianten vereisen gemiddeld 125 tot 130 graaddagen.’

‘Wanneer dit verschil wordt vertaald naar dagelijkse temperatuuropbouw, resulteert dit doorgaans in een voorsprong van 3 tot 4 dagen in kieming. Die tijdswinst is van groot belang: hoe sneller het gras vestigt, hoe beter.’

‘Doorzaaien is een continu proces’

William: ‘Doorzaaien is in het vroege voorjaar essentieel, maar ook op andere momenten in het jaar blijft het van groot belang om gericht door te zaaien en daarbij de juiste keuzes te maken. Doorzaaien hoeft daarbij niet altijd over het volledige veld plaats te vinden. Juist het lokaal aanpakken van slijtagegevoelige zones kan zeer effectief zijn. Denk hierbij aan intensief belaste delen van het veld, zoals langs de zijlijnen, in- en uitloopzones, of plekken waar tijdens trainingen extra wordt geoefend. Door deze zones gericht extra door te zaaien, kan slijtage beter worden opgevangen en blijft de grasmat homogeen. Actief blijven sturen en voortdurend focussen op het behoud van een gesloten grasmat is hierbij essentieel.'

‘Doorzaaien in de zomer’

In de zomerperiode ligt de nadruk vaak op renovatie. In deze fase komen andere overwegingen naar voren. Een van de belangrijkste vragen is: hoeveel tijd is er beschikbaar binnen de renovatieperiode? De beschikbare hersteltijd speelt een bepalende rol bij de keuze van het mengsel en de samenstelling van de gebruikte rassen. Gezien de huidige klimaatomstandigheden — met toenemende grilligheid, langdurige droogteperiodes en extreme temperaturen — is het cruciaal om in de zomer te kiezen voor grassoorten die veerkrachtig zijn. Dit betekent rassen die na stressperiodes snel herstellen, goed bestand zijn tegen hitte en droogte, en tegelijkertijd een hoge bespelingsdruk aankunnen. Daarnaast is een sterk herstellend vermogen noodzakelijk om een groot aantal speeluren te kunnen verdragen. Ook ziekteresistentie wordt steeds belangrijker. Schimmels zoals Grey Leaf Spot (GLS) zijn sterk in opkomst, ook in Nederland, en vragen om een bewuste rassenkeuze binnen het mengsel.

‘Sterke rassen zorgen niet alleen voor een snellere sluiting, maar ook voor een duurzamer gesloten mat.’

Dit konden we zien op de demovelden van Barenbrug in Wolfheze. In de demovelden van 2023, ingezaaid met RPR-rassen, is nauwelijks tot geen vervuiling zichtbaar doordat de grasmat zeer dicht gesloten blijft. In het nieuw ingezaaide demoveld van 2025 — ingezaaid op de laatste dag van juli — laten de RPR-plots eveneens een snellere sluiting zien dan andere rassen. Hierdoor is de periode waarin onkruiden of ongewenste soorten zich kunnen vestigen aanzienlijk korter.

Met name in het vroege voorjaar worden de keuzes gemaakt en de basis gelegd voor een sterke, duurzame grasmat. Het doel is het ontwikkelen van een grasbestand met een hoge stresstolerantie en een sterke concurrentiekracht ten opzichte van ongewenste grassen en onkruiden.

2. Grassoorten en zaaidichtheid

GTP: ‘Welke grassoorten gebruikt je bij het doorzaaien van sportvelden en waarom?’

Koen: ‘Zowel in het voor- als in het najaar kies ik hoofdzakelijk voor Engels raaigras, met een aanzienlijk aandeel tetraploïde rassen. Tetraploïden wortelen dieper wanneer de bodem voldoende belucht is, kiemen bij lagere temperaturen en blijven langer doorgroeien in het seizoen. Door hun diepere wortelgestel zijn ze beter bestand tegen droogte en stress. Sterkere wortels betekenen in de praktijk meer speeluren, een groener veld tijdens droge perioden en minder speelschade gedurende het seizoen. Tijdens renovatieperiodes probeer ik daarnaast bewust meer veldbeemdgras in de grasmat te introduceren, vanwege de duurzaamheid en belastbaarheid op lange termijn.’

GTP: ‘Welke zaaidosering hanteert u in de praktijk?’

Koen: ‘De zaaidosering is afhankelijk van het percentage kaalslag: bij minder dan 30% kaalslag nemen we circa 120 kg zaad per veld, bij meer dan 30% kaalslag circa 175 kg zaad per veld.’

‘Bij gebruik van bijvoorbeeld een Vredo DDS-doorzaaimachine is ook de zaaidiepte van groot belang. In de voorste zaadbak gebruik ik een mengsel met het hoogste aandeel Engels raaigras, op een zaaidiepte van 1–1,5 cm. In de achterste bak bevindt zich het mengsel met voornamelijk veldbeemdgras, dat maximaal 0,5 cm diep gezaaid mag worden. Veldbeemd is immers vrijwel een lichtkiemer.’

William: ‘De twee bekendste vuistregels zijn misschien wel: twee keer de lengte van het zaadje, of de omtrek ervan’.

3. Zaaitechniek en voorbereiding

GTP: ‘Met welk type doorzaaimachine behaal je de beste resultaten?’

Koen: ‘In het voor- en najaar geef ik de voorkeur aan doorzaaien met een doorzaaimachine. In de zomerperiode, wanneer het doel is om meer veldbeemdgras in de grasmat te brengen, is een spikingrol vaak een betere keuze. Veldbeemd hoeft niet diep te liggen: een ondiepe ligging versnelt de kieming. Het voordeel van een spikingrol is de breedwerpige zaaiwijze. Wel is het belangrijk dat de bodem niet te hard is, zodat de conische pennen voldoende diep kunnen indringen.’

GTP: ‘Op welke zaaidiepte en in hoeveel richtingen zaait je?’

Koen: ‘Bij doorzaaien adviseer ik om in drie richtingen te werken. Dit zorgt voor een bedekking van meer dan 85%. Ook met een spikingrol zaai ik bij voorkeur in drie richtingen of meer, om zoveel mogelijk zaadcontactpunten per vierkante meter te creëren. De borstels achter de machine vegen het zaad netjes in de conische openingen. Een bijkomend voordeel van de spikingrol is dat het gras niet in een ruitpatroon opkomt. De spikingmethode lijkt sterk op potseeding, zoals toegepast op golfgreens.’

GTP: ‘Welke mechanische bewerkingen zijn voor jou onmisbaar vóór het doorzaaien?’

Koen: ‘Verticuteren in combinatie met wiedeggen is onmisbaar. Hiermee verwijderen we dood materiaal, jong onkruid en een groot deel van het jonge straatgras. Oneffenheden kunnen lokaal worden gecorrigeerd door schrale teelaarde bij te strooien en zorgvuldig uit te vlakken, gevolgd door beluchten.’

William: ‘Bij doorzaaien is het belangrijk dat er ruimte is voor het nieuwe gras. Anders vormt de bestaande mat een soort parasol die de zon tegenhoudt voor de jonge zaadjes. Deze ruimte is er of kun je mogelijk creëren door bepaalde bewerkingen om het ongewenste gras of ongewenste kruiden eruit te krijgen en de juiste concurrentie te bieden. Het is altijd een competitie om ervoor te zorgen dat je de meeste gewenste grassoorten in je grasmat hebt. Op die competitie moet je juist inspelen. Kies voor grassen die tegen extreme droogte en omstandigheden kunnen, zodat je de competitie voor de gewenste grassen zo goed mogelijk aanwakkert.’

4. Bemesting en bezanding

GTP: ‘Wanneer pas je de eerste bemesting toe na het doorzaaien?’

Koen: ‘Ik adviseer om pas te bemesten wanneer de jonge grasplantjes duidelijk boven staan en goed zijn aangeslagen. Wacht bij mengsels met veldbeemd tot ook deze zichtbaar is, zodat elke grassoort gelijke ontwikkelingskansen krijgt.’

GTP: ‘Bezand je standaard na het doorzaaien?

Koen: ‘Indien het budget het toelaat, raad ik bezanding zeker aan. Het helpt om de toplaag te verschralen en verbetert de waterhuishouding. Is de bodem al voldoende schraal, dan kan zand worden gemengd met compost om het bodemleven en het bufferend vermogen te verbeteren. Deze maatregel pas ik toe in het voorjaar en tijdens renovatie. In het najaar werk ik uitsluitend met puur zand.’

GTP: ‘Waarom gebruik je puur zand of een mengsel met stabiele compost of wormencompost, en wat zijn volgens jou de voor- en nadelen?’

Koen: ‘Puur zand gebruik ik om te verschralen en de verticale drainage te verbeteren. Een zand-compostmengsel zet ik in wanneer de bodemstructuur tekortschiet. Hoogwaardige compost of wormencompost ent de bodem met nieuw bodemleven. En een actiever bodemleven leidt tot vitalere planten, een betere vestiging bij doorzaaien en een lichte, natuurlijke voeding voor de bodem.’

5. Renovatie van sportvelden

GTP: ‘Welke grassoorten gebruik je bij renovatie zonder af te frezen?’

Koen: ‘De keuze hangt sterk af van het moment waarop het veld weer bespeeld moet worden. Is er voldoende hersteltijd, dan kies ik bij voorkeur voor een mengsel van 50% Engels raaigras en 50% veldbeemdgras. De temperaturen zijn dan ideaal voor veldbeemd, wat resulteert in een zeer sterke, hitte- en droogtetolerante grasmat.’

GTP: ‘Welke mechanische bewerkingen voer je uit tijdens de renovatie van een goed doorlatend sportveld?’

Koen: ‘Wiedeggen (verticuteren), beluchten en bezanden vormen de basis van elke renovatie.’

GTP: 'Koen en William, welke grassoorten of mengsels kiezen jullie wanneer er… … circa 8 weken hersteltijd beschikbaar is?’ ‘100% Engels raaigras (mix van tetra- en diploïde rassen).’ … 12 weken hersteltijd beschikbaar is?’ ‘75% Engels raaigras en 25% veldbeemd.’ … 16 weken of meer hersteltijd beschikbaar is?’ ‘50% Engels raaigras en 50% veldbeemd of 100% veldbeemd.’

6. Bodem en biologie

GTP: ‘Voer je standaard organische stof aan?’

Koen: ‘Ik zou dat graag doen, maar in België leeft nog steeds de misvatting dat organische meststoffen ‘vette’ velden veroorzaken. In werkelijkheid ontstaat een vet veld door slecht beheer en overmatige beregening. Bij renovaties kies ik bewust voor bodemverbeteraars met een hoog organischestofgehalte, zoals Vivisol of Levisol. Enkel chemische meststoffen gebruiken put de bodem biologisch uit: aanvulling is noodzakelijk om het bufferend vermogen en het bodemleven op peil te houden.’

GTP: ‘Maak je tijdens het zaaien gebruik van bodemschimmels of bacteriën, zoals mycorrhiza of Trichoderma?’

Koen: ‘Trichoderma raad ik zeker aan. Zorg er wel voor dat de schimmel bij de wortels terechtkomt, bijvoorbeeld door in te regenen of in te vegen. Een voorafgaande topbeluchting helpt om de schimmels beter in de bodem te brengen. Breng deze producten niet overdag aan in volle zon, aangezien schimmels gevoelig zijn voor UV-licht. Mycorrhiza heeft eveneens zijn meerwaarde bewezen. Deze schimmels vergroten het effectieve wortelvolume aanzienlijk, waardoor de plant verder in de bodem water en nutriënten kan opnemen. Houd bij het gebruik van deze schimmels wel rekening met het bemestingsschema, met name het fosfaatniveau.’

GTP: ‘Zie je een meerwaarde in het gebruik van wetting agents of zeewierproducten bij het zaaien?’

Koen: ‘Veel A-merken van graszaden zijn reeds gecoat met combinaties van stikstof, zeewierextracten, enzymen of wetting agents. Deze coatings verschillen per merk, maar stimuleren over het algemeen de kieming. Aanvullend gebruik van deze producten kan zeker meerwaarde hebben, mits het budget dit toelaat. Wetting agents verbeteren het vochtvasthoudend vermogen rond het zaad, terwijl zeewierextracten de kieming en beworteling stimuleren. Bij renovatie of aanleg van nieuwe sportvelden adviseer ik zeewier op basis van Ecklonia, zoals Vitanica RZ, toegepast volgens de aanbevolen dosering.’

7. Beheer na het zaaien

GTP: ‘Hoe belangrijk is irrigatie direct na het doorzaaien?’

Koen: ‘Na het doorzaaien moet de toplaag constant vochtig blijven tot aan de eerste maaibeurt. Vochtig houden betekent echter niet nat houden. Een te natte bodem tijdens de kieming kan ziektes zoals Pythium in de hand werken. Meten is weten. Na de vestiging kan de beregening geleidelijk worden afgebouwd om diepere beworteling te stimuleren.’

GTP: ‘Welke rol speelt maaibeheer in een snelle en sterke vestiging?’

Koen: ‘Zodra er gemaaid wordt, begint het gras uit te stoelen. Maai jong gras altijd met scherpe messen, bij voorkeur onder droge omstandigheden. Het is aan te raden het maaisel af te voeren, zeker bij jonge grasmatten, om verstikking van de jonge planten te voorkomen.’

8. Intensiteit van gebruik

GTP: ‘Welke grassoorten kies je voor intensief gebruikte trainingsvelden?’

Koen: ‘Een mengsel met voldoende Engels raaigras en veldbeemdgras is hier essentieel om herstelvermogen en belastbaarheid te combineren. Hetzelfde geldt ook voor wedstrijdvelden, al zijn het beheer en de bemestingsstrategie daar anders.’

9. Zaadmengsels en productkeuze

GTP: ‘Raden jullie aan om veldbeemd in de grasmat te krijgen?’

Koen: ‘Absoluut. Mits de juiste bewerkingen, een passend bemestingsregime en voldoende tijd kan veldbeemd zeer succesvol worden geïntegreerd in de grasmat. Het is belangrijk om met max. 2,5 kg/are in te zaaien, zodat veldbeemd voldoende ruimte krijgt om zich te ontwikkelen.’

William: ‘Zaai veldbeemd niet te vroeg in het jaar: het heeft circa 15°C nodig voor een vlotte kieming. En zaai niet dieper dan 0,5 cm. Zodra veldbeemd opkomt, adviseer ik een voldoende stikstofgift om de ontwikkeling te stimuleren. Daarna kan de stikstofbehoefte worden verlaagd. Barenbrug bijvoorbeeld heeft sterke veldbeemdgrassen ontwikkeld die goed bestand zijn tegen droogte, hitte en betreding. Door de dichte zode die veldbeemd vormt, krijgen ongewenste grassen minder kans, terwijl ook de ziekteresistentie toeneemt.’

GTP: ‘Wat zijn volgens jou de voordelen van tetraploïde versus diploïde grassen bij inzaai in voor- en najaar?’

Koen: ‘Engels raaigras is onmisbaar op sportvelden. Mengsels kunnen bestaan uit tetraploïde rassen, diploïde rassen of een combinatie van beide. Die combinatie is ideaal. Bij vroege of late doorzaai adviseer ik een hoger aandeel tetraploïden, omdat dit koudkiemers zijn. Diploïden hebben enkele graden meer nodig om goed te kiemen.’

‘Tetraploïden wortelen dieper in een goed beluchte bodem en zijn minder ziektegevoelig. Diploïden vormen daarentegen een dichtere, fijnere zode. Persoonlijk combineer ik beide, bijvoorbeeld door diploïde rassen met uitlopers zoals RPR toe te voegen. Zo ontstaat een vollere, sterkere grasmat met minder ruimte voor ongewenste planten.’

Kies dus voor een mengsel waarin het beste uit de 3 werelden samenkomt. En kies vooral voor hoogwaardig graszaad!

Conclusie en aanbeveling – de juiste keuze voor doorzaaien

William: ‘Mijn conclusie en aanbeveling met betrekking tot doorzaaien en de keuze van het juiste mengsel zijn sterk afhankelijk van het moment in het jaar. In dat kader is er geen significant verschil in kiemsnelheid tussen traditioneel Engels raaigras, tetraploïde rassen en APA-rassen. Deze kiemen onder vergelijkbare omstandigheden even snel, maar wel duidelijk dagen later dan bijvoorbeeld het Westerwolds raaigras.’

‘Om die reden is het in het vroege voorjaar van groot belang om zeer bewust met de rassenkeuze om te gaan. Zoals eerder aangegeven, leidt de inzet van RPR-rassen in deze periode vaak tot een sneller gesloten grasmat, waardoor de kans op onkruiden en ongewenste grassoorten aanzienlijk wordt verkleind. Dit is met name relevant in het voorjaar, wanneer preventie centraal staat.’

‘Het moment in het jaar bepaalt daarmee in grote mate welk mengsel het meest geschikt is om in te zaaien of door te zaaien. Factoren zoals bodemtype, bespelingsdruk en het beoogde gebruik spelen hierin een belangrijke rol. Een goed samengesteld mengsel is niet willekeurig: het is getest op samenstelling en prestaties om gedurende het hele jaar een optimale bespeelbaarheid, herstelvermogen en duurzaamheid van de grasmat te garanderen.’

Koen Verhelst

Met meer dan 25 jaar ervaring in de golfsector als hoofdgreenkeeper is Koen Verhelst een voorstander van het aanpakken van problemen bij de bron, en dit op een duurzame manier. Als adviseur bij Intergrow NV deelt hij zijn expertise en passie voor duurzame oplossingen in de groensector.

William Boogaarts

William Boogaarts is Technisch specialist bij Barenbrug, met meer dan 25 jaar ervaring in recreatiegrassen. William ondersteunt partners bij het ontwikkelen van duurzame, toekomstbestendige grasoplossingen. Vanuit zijn praktijkkennis denkt hij actief mee over unieke en innovatieve toepassingen, met oog voor klimaatverandering, onderhoudsreductie en langetermijnprestaties van gras. Hij combineert technische expertise met strategisch denken over toekomstige uitdagingen in grasbeheer.

Bij Integrated Pest Management (IPM) vormt een gesloten, vitale grasmat de basis voor het onderdrukken van ongewenste planten.
Bij Integrated Pest Management (IPM) vormt een gesloten, vitale grasmat de basis voor het onderdrukken van ongewenste planten.
Achter de ‘digibox’ wordt de LGC gemeten, dit wil zeggen het aantal groenpixels/bedekking.
Achter de ‘digibox’ wordt de LGC gemeten, dit wil zeggen het aantal groenpixels/bedekking.
Op deze demo zijn de verschillen duidelijk zichtbaar, van links naar rechts: LP > RPR > PP > FA
Op deze demo zijn de verschillen duidelijk zichtbaar, van links naar rechts: LP > RPR > PP > FA
Een ondiepe ligging versnelt de kieming.
Een ondiepe ligging versnelt de kieming.
De zaaidosering is afhankelijk van het percentage kaalslag.
De zaaidosering is afhankelijk van het percentage kaalslag.
Praktijkbeeld van grasbeheer en doorzaaien
Er wordt niet over één nacht ijs gegaan: een nieuwe variëteit ontwikkelen vraagt tussen 14 en 18 jaar, van proef tot commercialisering!
Er wordt niet over één nacht ijs gegaan: een nieuwe variëteit ontwikkelen vraagt tussen 14 en 18 jaar, van proef tot commercialisering!
‘Zaai veldbeemd niet te vroeg in het jaar: het heeft circa 15°C nodig voor een vlotte kieming.’
‘Zaai veldbeemd niet te vroeg in het jaar: het heeft circa 15°C nodig voor een vlotte kieming.’

Ook interessant voor jou