De groendienst van Rixensart zet in op duurzame technologieën

8 november 2020
Christophe Daemen
Christophe Daemen en Golfclub des Fagnes

De gemeente Rixensart is gelegen op een boogscheut van de hoofdstad Brussel en de ontwikkeling van de gemeente gaat gepaard met de verdere evolutie van Brussel. Door de jaren heen werd deze van oorsprong landelijke gemeente stilaan omgevormd tot een verstedelijkt gebied waar heel wat mensen die in Brussel werken zich komen vestigen. De groendienst […]

De gemeente Rixensart is gelegen op een boogscheut van de hoofdstad Brussel en de ontwikkeling van de gemeente gaat gepaard met de verdere evolutie van Brussel. Door de jaren heen werd deze van oorsprong landelijke gemeente stilaan omgevormd tot een verstedelijkt gebied waar heel wat mensen die in Brussel werken zich komen vestigen. De groendienst trekt al een tijdje de kaart van de duurzaamheid en investeerde onder meer in accugereedschap en een geruisloze beregeningsgroep met een zonnepaneel. We hadden een gesprek met Bernard Remue, de schepen van onder andere openbare werken, en François Geeraerd, de verantwoordelijke van de groendienst.

Rixensart is gelegen in Waals-Brabant en sinds de fusie van de gemeenten in 1977 omvat de entiteit ook de voormalige gemeenten Genval en Rosières. Vroeger was het er vooral landelijk, maar door de nabijheid van Brussel en van grote invalswegen zoals de E411 geraakte de gemeente stilaan meer en meer verstedelijkt. De gemeente is vooral gekend omwille van het ‘Lac de Genval’ en het kasteel van Rixensart en telt tegenwoordig circa 22.000 inwoners op een oppervlakte van 17,54 km2.

Sterk verstedelijkt gebied

De gemeente telt nog amper twee landbouwbedrijven en heel wat gronden werden verkaveld om plaats te maken voor woonzones. Zoals Bernard Remue aankaart, betekent dit ook dat de groendienst veel meer werk heeft om de gemeente te onderhouden in vergelijking met een landelijke gemeente. Daarnaast zijn de inwoners doorgaans ook veeleisender. Hij vervolgt: ‘Twee jaar geleden zijn we volledig overgestapt naar een zerofytobeleid. Het vraagt een totaal andere aanpak. Voor het ogenblik ondervinden we vooral problemen op de kerkhoven. Destijds werd de aanleg helemaal niet afgestemd op de nieuwe wetgeving. De burgers zijn ook gevoeliger geworden voor dat soort problemen en door sociale media worden problemen soms sterk uitvergroot, wat ons werk niet vergemakkelijkt.’

Om volledig aan de geest van de nieuwe wetgeving op vlak van zerofyto te kunnen voldoen, moeten we een plan uitwerken op een termijn van pakweg 10 of zelfs 20 jaar.’

‘Die tijd is nodig om alle problemen van de baan te krijgen en de nodige aanpassingen op gebied van infrastructuur te kunnen doorvoeren. Door de jaren hebben we een aantal bloemenweides aangelegd om het aantal maaibeurten te beperken en de aanplantingen werden ook op een duurzamere manier aangepakt. Waar mogelijk werden de eenjarige bloemen vervangen door vaste planten. Daarnaast proberen we zoveel mogelijk bodembedekkers te gebruiken om de onkruiddruk tegen te gaan. Op bepaalde tijdstippen, in het voorjaar bijvoorbeeld, doen we ook beroep op externe mensen, zoals deze van de beschutte werkplaats Village Numéro 1, om het onkruid efficiënter te bestrijden.’

Inzetten op milieuvriendelijkere oplossingen

De laatste jaren heeft de gemeente beslist om bij de vervanging van een aantal machines en werktuigen over te stappen op elektrische uitvoeringen. Bernard Remue: ‘Het is een algemene trend bij heel wat gemeentebesturen en tuinaanleggers. Binnen ons verstedelijkt gebied biedt de elektrische aandrijving ook heel wat voordelen waarvan de beperking van het geluid de grootste troef is. Onlangs werd de oudere Glutton-vuilnisopvanger vervangen door een nieuwe, elektrische versie. Eind 2018 hebben we ook beslist om over te stappen naar accu-aangedreven machines.’ François Geeraerd vervolgt: ‘In het begin hebben onze mensen deze aanpassingen niet echt positief onthaald. Ze vreesden dat accumachines nooit krachtig genoeg zouden zijn. Tja, veranderingen gaan steeds gepaard met onrust en twijfel. Ondertussen is iedereen wel overtuigd en enthousiast. Vooral de beperking van het geluid wordt sterk gewaardeerd, evenals het feit dat deze machines doorgaans ook veel minder wegen. Alleen maar voordelen voor wie lange dagen moet werken. Wij vinden deze stap ook uitermate positief, enkel de bosmaaiers geven tot nu toe nog geen volledige voldoening, omdat de capaciteit van de accu dan de beperkende factor vormt. In de toekomst zal dit probleem zeker opgelost geraken.’

Informatie inwinnen is niet altijd eenvoudig

‘In het begin van de zerofytowetgeving was het soms koffiedik kijken en hebben we ons dikwijls afgevraagd of we moesten investeren en in welke machines.’

Bernard Remue en François Geeraerd geven aan dat het niet altijd eenvoudig is om informatie in te winnen over de nieuwe technieken en toepassingen. Bernard vervolgt: ‘In het begin van de zerofytowetgeving was het soms koffiedik kijken en hebben we ons dikwijls afgevraagd of we moesten investeren en in welke machines. Ondertussen organiseren invoerders en dealers op regelmatige tijdstippen opleidingen en informatiedagen zodat we deze technieken van dichterbij leren kennen. Onze gemeentelijke milieuadviseur heeft ook ervaring opgedaan en is in bepaalde gevallen een welgekomen hulp. Persoonlijk vind ik een beurs als de ‘Salon des Mandataires’ de ideale gelegenheid om de nieuwigheden te ontdekken en een eerste selectie te maken tussen de verschillende technieken die aangeboden worden. Daarnaast krijgen we specifieke subsidies van de provincie voor bepaalde investeringen, zoals elektrische voertuigen, wat de stap naar deze nieuwe technologieën een stukje eenvoudiger maakt.’

Zoveel mogelijk in eigen beheer

De gemeente Rixensart heeft ervoor gekozen om zoveel mogelijk in eigen beheer uit te voeren. Onlangs werd een nieuwe tractor in dienst genomen. Deze wordt gebruikt in combinatie met een maaiarm en zal in de toekomst ook kunnen worden ingezet voor de alternatieve onkruidbestrijding. De veegwagen wordt vrijwel dagelijks ingezet om de wegen proper te houden en is een eerste stap in de alternatieve onkruidbestrijding. Daarnaast investeerde de groendienst ook in onkruidbranders en een machine op stoom. Verder werd er een hoogtewerker op een lichte vrachtwagen gebouwd. Met deze combinatie kan de gemeente alle vel- en snoeiwerkzaamheden in alle veiligheid zelf uitvoeren op het moment dat het beste uitkomt.

‘In dat kader zou het misschien nuttig zijn om bepaalde diensten over de gemeentes heen te laten samenwerken. Kleinere gemeentes ondervinden moeite om specifieke machines aan te schaffen. Een investering met meerdere gemeentes zou dan zeker lonen.’

Bernard Remue onderstreept wel dat er goeie contacten zijn met de naburige gemeenten, waardoor het mogelijk is om bijvoorbeeld praktische ervaringen uit te wisselen en dus ook bijkomende informatie te bekomen over wat er wel of niet haalbaar is in de praktijk. Hij vervolgt: ‘In dat kader zou het misschien nuttig zijn om bepaalde diensten over de gemeentes heen te laten samenwerken. Kleinere gemeentes ondervinden moeite om specifieke machines aan te schaffen en vervolgens af te schrijven omdat ze er niet genoeg werk voor hebben. Een investering met meerdere gemeentes zou dan zeker lonen. Bepaalde werkzaamheden zijn seizoensgebonden en kunnen moeilijk uitgesteld worden, maar soms zou het ook perfect mogelijk zijn om meer uren met eenzelfde machine te maken. Ik denk bijvoorbeeld aan veegwagens of kolkenzuigers die zo goed als dagelijks zouden kunnen ingezet worden. Zo ontstaat voor iedereen een win-winsituatie.’

Watervoorziening efficiënter laten verlopen

De gemeente Rixensart zet al jaren in op mooie bloemperken en -bakken. In de zomer vraagt de watervoorziening heel wat aandacht. Bernard vervolgt: ‘Er komt heel wat bij kijken. De grootste uitdaging blijft om ’s morgens vroeg genoeg te kunnen beginnen, zodat deze werkzaamheden efficiënt kunnen verlopen, de planten er echt maximaal nut van hebben en we geen water verspillen. Op zich is het geen problemen om onze mensen vroeg te laten vertrekken, maar de burgers zien het dikwijls anders. We hebben eerst een tijdje met een vrachtwagen en een beregeningsgroep gewerkt, maar later zijn we dan overgeschakeld naar een bestelwagen omwille van het lawaai. Vervolgens hebben we enkele jaren met een trekpaard gewerkt. De burgers hadden daar wel echt begrip voor, maar tegelijk waren er ook verkeersproblemen en het is niet evident om dagelijks met een trekpaard op pad te gaan in een gemeente als de onze. De bestelwagen met een klassieke beregeningsgroep met thermische motor had nog steeds nadelen en onlangs zijn we dan overgestapt naar een beregeningsunit met elektrische motor en zonnepaneel. We hadden deze uitrusting bij de gemeente Braine-le-Château gezien en vonden ze ook een meerwaarde voor ons. Dankzij een zonnepaneel worden de batterijen van de beregeningsgroep opgeladen en kunnen we voortaan ’s morgens vroeg beginnen zonder de omwonenden te storen. Bovendien is het nu mogelijk om iemand alleen op pad te sturen, wat onze werkplanning ook aanzienlijk vergemakkelijkt.’