Zoeken

Alternatieven om wagen- en machinepark te vergroenen

5 maart 2025
Jan Maes

Europa heeft richtlijn EU 2019/1161 aangenomen, beter bekend als de Clean Vehicles Directive. Deze richtlijn verplicht overheidsinstanties in de hele EU om bij de aankoop van nieuwe voertuigen en machines expliciet te kiezen voor milieuvriendelijke alternatieven.

Sinds augustus 2021 moeten overheden bij openbare aanbestedingen voldoen aan strikte minimumnormen voor het aandeel emissiearme en emissievrije voertuigen. Dit geldt niet alleen voor personenauto’s en bussen, maar ook voor vrachtwagens en gespecialiseerde machines zoals vuilniswagens, straatvegers, tuinmachines enzovoort. De richtlijn dwingt zo de transitie naar een duurzamere mobiliteitssector en helpt steden en gemeenten om ‘schoner’ te gaan werken. Door deze wetgeving worden fossiele brandstoffen steeds verder teruggedrongen en maken elektrische, waterstof-, biogas- en biodieselvoertuigen hun intrede in het wagenpark van overheidsbedrijven. De impact? Een lagere CO2-uitstoot en betere luchtkwaliteit.

Meer dan alleen batterij-elektrisch

Hoewel elektrische voertuigen een belangrijke rol spelen in de vergroening van het wagen- en machinepark, biedt de bovenvermelde richtlijn ruimte voor meerdere duurzame aandrijfopties. Naast elektrisch aangedreven voertuigen met accu’s kunnen overheden ook kiezen voor voertuigen op waterstof (brandstofceltechnologie), die enkel waterdamp uitstoten en snel getankt kunnen worden. Daarnaast blijven biobrandstoffen een waardevol alternatief, zeker voor zwaar materieel en machines die nog niet eenvoudig te elektrificeren zijn, maar misschien ook voor bestaande machines binnen het tuin-en parkonderhoud.

Biodiesel (FAME) en HVO-diesel (Hydrotreated Vegetable Oil) zijn beide hernieuwbare brandstoffen die fossiele diesel grotendeels kunnen vervangen.

HVO biedt het voordeel dat het zonder motoraanpassingen kan worden gebruikt en tot 90% minder CO2-uitstoot oplevert.

FAME staat voor Fatty Acid Methyl Ester en is de chemische naam voor biodiesel die wordt geproduceerd door de transesterificatie van plantaardige oliën of dierlijke vetten met methanol. Dit proces zet de vetzuren om in methylesters, waardoor ze geschikt worden als brandstof voor dieselmotoren.

Kenmerken van FAME-biodiesel:

  • Hernieuwbare brandstof: gemaakt uit plantaardige oliën (zoals raapzaad- of sojaolie) of afvaloliën.
  • CO2-reductie: tot 80% minder CO2-uitstoot in vergelijking met fossiele diesel.
  • Mengbaar met fossiele diesel: in Europa wordt FAME vaak bijgemengd in diesel (bijvoorbeeld B7, met 7% biodiesel).
  • Hygroscopisch: trekt vocht aan, wat microbiële groei in brandstofsystemen kan veroorzaken.
  • Oxidatiegevoelig: kan na verloop van tijd verouderen en afzettingen vormen.

Voordelen van HVO100-diesel

Het grootste voordeel van HVO is de positieve impact op het milieu. Het is een biologisch afbreekbaar product en bevat een kleiner aantal schadelijke stoffen in vergelijking met gewone diesel. Als we even de cijfers erbij halen:

  • In totaal tussen de 80 en 90% minder uitstoot van broeikasgassen
  • 33% minder fijnstof tegenover gewone diesel
  • 9% minder stikstofoxiden dan bij gewone diesel
  • 30% minder koolwaterstof dan in gewone diesel
  • 24% minder koolstofmonoxide-uitstoot dan gewone diesel

Hoewel FAME-biodiesel een belangrijke rol speelt in de verduurzaming van transport en machines, biedt HVO-diesel betere prestaties, zoals een langere houdbaarheid en betere koude-eigenschappen. Daardoor wordt HVO steeds vaker als alternatief gekozen, vooral in sectoren waar betrouwbaarheid cruciaal is.

Waar is het beschikbaar?

In België is het aanbod van biodiesel, zoals HVO100, aan het toenemen. Deze hernieuwbare diesel is verkrijgbaar bij meer dan 250 tankstations in het land. Deze vind je gemakkelijk op de website van je brandstofleverancier.

Alternatieve duurzame dieselopties

Naast HVO100- en FAME-biodiesel zijn er nog andere milieuvriendelijke dieselalternatieven op de markt. Aspen D van Aspen is een schone dieselvariant die 100% hernieuwbaar is en tot 80% minder schadelijke broeikasgassen veroorzaakt, en is vooral geschikt voor machines en voertuigen die in emissiegevoelige omgevingen opereren, zoals in binnenstedelijke gebieden of bij natuurbeheer. Deze is verkrijgbaar in 5l- en 25l-verpakkingen.

Een andere optie is Agealube Eco Diesel Green. Dit product is gemaakt van 100% hernieuwbare energie en is 100% CO2-neutraal, wat betekent dat de uitstoot die vrijkomt bij verbranding volledig wordt gecompenseerd door duurzame productiemethoden en hernieuwbare grondstoffen. Hierdoor kunnen overheden en bedrijven hun ecologische voetafdruk verder verkleinen zonder in te leveren op prestaties. Het is beschikbaar in vaten van 10, 20, 200 en 1.000 liter.

Met deze extra alternatieven hebben gemeenten en bedrijven steeds meer keuze om hun (bestaand en toekomstig) wagen- en machinepark op een duurzame manier te laten draaien. Door slim te combineren tussen elektrische aandrijving, waterstof en duurzame biobrandstoffen kunnen overheden en groenvoorzieners hun wagen- en machinepark niet alleen vergroenen, maar ook praktisch inzetbaar houden. De keuze voor de juiste technologie hangt af van het type voertuig, de infrastructuur en de operationele behoeften.

Wist je trouwens dat alle moderne voertuigen en machines probleemloos kunnen worden overgezet naar HVO100, Aspen D of Eco Diesel Green?

Waarom zien we nog niet zoveel biodiesel?

Het minimale soortelijk gewicht (of dichtheid) van diesel dat door Europa wordt opgelegd, is vastgelegd in de EN 590-norm.

Volgens deze norm moet de dichtheid van diesel bij 15°C tussen 820 en 845 kg/m³ liggen. Dit geldt voor standaard dieselbrandstof die in Europa wordt verkocht en gebruikt wordt in voertuigen met dieselmotoren. Deze norm zorgt ervoor dat dieselbrandstof voldoet aan technische en milieueisen, zoals een efficiënte verbranding en minimale uitstoot van schadelijke stoffen

De biodieselvariant wordt op dezelfde manier getest, maar deze is net iets zwaarder dan de fossiele diesel, afhankelijk van de gebruikte plantaardige oliën of dierlijke vetten en hun veresteringsgraad.

De transitie naar een groener machinepark is geen kwestie van óf en én, maar van hoe snel, tegen welke kosten en op welke manier. Of je nu kiest voor alcylaatbenzine of biodiesel als directe vervanger, inzet op elektrificatie of experimenteert met waterstof of cng: elke stap richting duurzamere brandstoffen draagt bij aan een schonere toekomst. Het vergroenen van een bedrijf is niet enkel inzetten op één enkele bron, maar kijken naar wat de mogelijkheden zijn. Zo maak je jouw bedrijf ook klaar voor een toekomst waarin het economische aspect en duurzaamheid gemakkelijk hand in hand gaan.

Ook interessant voor jou