De titel van deze rubriek, ‘Mensen achter machines’, is wellicht nog nooit zo passend geweest als nu. Als we het boek over 200 jaar tuin(bouw)machines doorlezen dat deze maand uitkomt, dan hebben er in de tuinbouwmechanisatie in België heel veel mensen achter machines gestaan. Auteur van het boek is Willy Kempeneer die vroeger zelf importeur en verdeler was van meerdere gerenommeerde merken.
Boek én museum
Dat Willy Kempeneer gepassioneerd is door de sector van tuin en park laat geen twijfel. In het kielzog van dit boek heeft hij de eerste steen gelegd van wat hij in Dilbeek wil zien uitgroeien tot een museum over techniek en machines voor de groensector. De aanloop naar het boek is een werk geweest van lange adem, veel internationale contacten en netwerken met mensen die de groensector in hun hart dragen.
We hadden in de loop van deze zomer een gesprek met de auteur over het wie, wat, hoe en wanneer in de sector. Naarmate het gesprek vorderde, leek het ons duidelijk dat ons land hierin een heel belangrijke rol heeft gespeeld. Gekoppeld aan dit boek en het museum zal er ook een website lopen waarin verdere info wordt gedeeld. De lancering van het boek is voorzien voor deze maand, het museum zal opengaan in de lente van 2027.
Het museum zelf is ontstaan vanuit het verhaal van de Dilbeekse groentekwekers, die destijds de Brusselse markt beleverden. Zoals bij de meeste grote steden was het platteland rond die steden de leverancier van groenten en voedsel voor de stedelingen.
Vanuit dat verhaal is dan het grotere opzet gegroeid van het museum dat begint met de geschiedenis van Budding, de uitvinder van de cilindergrasmaaier. Vervolgens is het geheel verder chronologisch uitgebouwd met de zaai- en krabmachine, de rugsproeier-vernevelaar … tot en met de robotmaaier, die in zijn huidige vorm een Belgische uitvinding was.
Als we door het museum lopen, valt op hoeveel machines lokaal werden gebouwd en echt toegespitst waren op de lokale behoeften, te beginnen met de zeis voor het grasmaaien, de rolschoffel voor onkruid wieden, de krabmachine voor gebruik tussen de witloofrijen onder andere, en de evolutie van de spuit- en vernevelmachines waarin het Duitse Holder dan een belangrijke rol speelde.
Tegelijk daarmee zien we de opkomst en ontwikkeling van de motocultoren met benzine-, tweetakt- of petroleummotoren. Deze motocultoren werden uitgerust met een aanhanger, een V-ploeg, een cultivator, een aardappelrooier
… Heel vaak van lokale makelij. Verder zien we de aangedreven frezen met verschillende vormen van messen, meerdere chassis- en spoorvarianten, en meer dan één draairichting op het toneel verschijnen.
Begin jaren ’70 kwam de particuliere motoculteur met allerlei accessoires in beeld. Die periode kenmerkte zich door de petroleumcrisis van 1973 met onder andere exploderende voedingsmiddelenprijzen. De kleine boeren begonnen destijds hun boerderij af te bouwen en hun grond te verkopen of te verdelen onder hun kinderen. En die wisten nog hoe ze groenten moesten kweken. Zij investeerden massaal in motocultoren om groenten te verbouwen. Deze hausse heeft tot begin jaren ’80 aangehouden. Van dan af kwamen de kleinere vierwieltuinbouwtractoren meer op de voorgrond: machines met 12, 20, 40 tot 60 pk.
Bij de grasmaaiers ging de evolutie naar zitmaaiers met grotere werkbreedtes en maaidekken met meerdere messen tot frontmaaiers met middenopvang.
In 1969 werd in Amerika de eerste autonoom rijdende maaier gepresenteerd. Deze MowBot woog ongeveer 57 kilo, werkte op een loodaccu, maaide ongeveer 3 uur autonoom en gebruikte een begrenzingsdraad.
De Engelse Flymo was dan een apart geval en zweefde op de lucht boven het grasveld. Het maaidek van deze machine wordt met een ventilator boven de grond gehouden terwijl het gras onder het dek wordt fijngemalen. In de jaren ’70 kreeg de Flymo een oranje kleur en werd hij geprofileerd als dé vrouwvriendelijke maaier. Toen ging de verkoop door het dak. Een verdere evolutie was het mulchen tot en met het verfijnd ‘recyclingsysteem’ van Toro. Dan is het een combi geworden tussen mulchen en opvangen en begin jaren ’90 verscheen de robot op zonne-energie in beeld.
Belgische uitvinding: robotmaaier op zonne-energie
De Belgische ingenieur en uitvinder André Colens uit Schaarbeek begon in het begin van de jaren ’90 een robotmaaier in elkaar te knutselen die op zonne-energie kon rijden. Deze machine gebruikte twee motortjes voor de wielen en één om de maaischijf aan te drijven. Het idee van de maaischijf met losse mesjes haalde hij uit de landbouw. Hij ontwikkelde rond 1992 een autonome robotmaaier op zonne-energie, de Solar Mower. Eerst is hij gaan meten hoeveel stroom de drie motoren nodig hadden. Vervolgens ging hij na hoeveel stroom er uit een zonnepaneel komt en die is hij gaan opslagen in een batterij. Dan heeft hij een software ontwikkeld op een printplaatje op zo’n manier dat er een code nodig was om heel dat ding te kunnen opstarten, in combinatie met een sleutel om in de software te geraken. Husqvarna nam het concept over en bracht in 1995 de eerste commercieel succesvolle Solar Mower-robotmaaier met laadstation op de markt. André Colens heeft rond die periode nog verschillende patenten op zijn naam staan, onder andere de ballpicker. In 2002 verkocht hij het bedrijf aan zijn landgenoot Michel Coenraets. Dat werd voor Colens de aanzet tot een nieuw bedrijf, Belrobotics. Dat specialiseerde zich vervolgens in professionele robotmaaiers.
Samengevat
Het hele verhaal van de geschiedenis van tuin en park in België is een puzzel waar een kat haar jongen niet in vindt. Willy Kempeneer slaagt er wel in om door de bomen het bos te laten zien waarin de tuinbouwmechanisatie zich de laatste 200 jaar heeft ontwikkeld. Hij geeft ook een verklaring voor bepaalde bedrijfsovernames die in het verleden gebeurden en ook in de toekomst nog zullen plaatsvinden. Meer dan het lezen waard.
Op onze website www.greentechpower.eu staat ondertussen een artikel ‘De evolutie van de distributie in België’ waarin een samenvatting gemaakt is van 200 jaar tuin(bouw)geschiedenis.
GreenTechPower heeft 5 boeken om te verdelen onder de lezers. De eerste vijf die zich laten horen met een korte anekdote over de tuin(bouw) mechanisatie in België krijgen het boek gratis toegestuurd. Uit deze vijf verhalen halen we dan het sterkste naar voor en dat komt in een volgende editie van GreenTechPower. Geprikkeld? Mail dan je verhaal of anekdote naar peter.menten@greentechpower.eu.