Ecologie en klasse prominent aanwezig op de Koninklijke Golfclub Oostende

26 augustus 2021

De Koninklijke Golfclub Oostende is een van de puikste golfbanen van België en de enige linksbaan in ons land. Tevens was het de eerste Belgische golfbaan die een vijfsterren GEO-certificering behaalde voor haar ecologische beheer. In 2015 ontving de KGO hiervoor ook de prestigieuze Baillet Latour Prijs voor het leefmilieu. Koning Leopold II wilde eind […]

De Koninklijke Golfclub Oostende is een van de puikste golfbanen van België en de enige linksbaan in ons land. Tevens was het de eerste Belgische golfbaan die een vijfsterren GEO-certificering behaalde voor haar ecologische beheer. In 2015 ontving de KGO hiervoor ook de prestigieuze Baillet Latour Prijs voor het leefmilieu.

Koning Leopold II wilde eind 19de eeuw de aantrekkingskracht van Oostende voor Britse toeristen versterken. Dat is de belangrijkste reden dat hij in 1903 de Koninklijke Golfclub Oostende liet aanleggen. De baan was bij de aanleg al een 18-holesgolfbaan (par 70) en is dat nu nog steeds. Ze is ontworpen door de Schots- Amerikaanse golfarchitect Seymour Dunn volgens de toenmalige heersende Angelsaksische normen. De baan werd officieel geopend op 1 juli 1903.

Zowel de golfbaan als het clubhuis werden in de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest. Alles werd na WO I herbouwd, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opnieuw alles verwoest. De golfbaan was tijdens WO II onderdeel van de Atlantic Wall, vandaar dat op sommige plaatsen onder ‘heuvels’ op de golfbaan nog bunkers terug te vinden zijn. Na WO II werd de golfbaan zorgvuldig gerestaureerd en op 7 juli 1948 kon ze weer worden geopend. De Belgische koninklijke familie speelde sinds die tijd regelmatig op deze eigen golfbaan aan de kust. Vooral koning Leopold III was een fervente golfer en regelmatige bezoeker van de Koninklijke in Oostende. De gebouwen op het terrein zijn nog steeds van de Koninklijke Schenking. Tevens is de koning nog steeds ondervoorzitter van deze golfclub.

Zoute zeewind

In de jaren negentig van de vorige eeuw werd besloten de golfbaan te moderniseren en te verlengen. Golfbaanarchitect Martin Hawtree, zoon van Fred Hawtree, werd belast met het ontwerp. Er werden nieuwe holes gecreëerd (de huidige 3 en 6), en enkele oude werden geschrapt (de oude 4 en 9, twee zwakke par 3’s). Bij de achterste baan/hole heb je tijdens het spelen een werkelijk schitterend uitzicht over de zee. Wat bij de Koninklijke meteen opvalt als je over de baan rijdt met een golfkarretje, zijn de zeer strak aangelegde bunkers. De hoge randen van de zogeheten potbunkers zijn verstevigd met trapsgewijs op elkaar gestapelde lapjes kunstzoden. Deze worden bij opbouw verstevigd met hard aangedrukt zand. In de jaren negentig werd tevens het clubhuis grondig gerenoveerd in een gezellige, gastvrije Engelse stijl. Meer recent is het gelijkvloers gemoderniseerd met een golfshop, nieuwe burelen en kleedkamers. Op dit moment staat het clubhuis volledig in de steigers omdat de buitenzijde volledig gerestaureerd wordt.

Op het moment dat we op de golfbaan zijn, is er net een enorme regenbui geweest. Hoofdgreenkeeper Francesco Brackx van de Koninklijke Golfclub Oostende: ‘De baan was te droog. Voor de golfers wel even lastig natuurlijk. Ik ben wel blij dat we een vrij regenachtige zomer hebben dit jaar, de baan blijft mooi.’ Wat wel een nadeel is van het natte weer volgens Brackx is een hogere ziektedruk door meer kans op schimmels. En of het nu droog of nat weer is, een golfbaan aan zee is natuurlijk altijd een uitdaging door de harde zoute zeewinden die er staan. Harde zeewind is natuurlijk voor golfers een uitdaging, maar voor de greenkeepers is de vraag: hoe houd je de grasmat goed in deze zoute omstandigheden?

Toro, Vredo en Maredo

Tot 2019 zwaaide hoofdgreenkeeper Berry Williams de scepter over de Koninklijke in Oostende. Assistent-hoofdgreenkeeper Brackx volgde Williams in dat jaar op. Brackx heeft veel ervaring met deze baan omdat hij in 2010 al begon als greenkeeper onder de toenmalige hoofdgreenkeeper David Edmondson. Wat betreft de keuze voor grassoorten voor tees, avant- greens en greens wordt met name roodzwenk- en struisgras toegepast en allerlei variëteiten daarop. Voor de tees wordt alleen roodzwenkgras en Engels raaigras toegepast. Voor de greens wordt een mengsel gebruikt van wit struisgras (Agrostis stolonifera) en roodzwenkgras (in allerlei variëteiten). Brackx: ‘De belangrijkste reden is dat de vernoemde rassen sterk en ziekteresistent zijn.’ De fairways worden regelmatig doorgezaaid met behulp van een Vredo compacte doorzaaimachine. De greens worden doorgezaaid met een Maredo GT410 VibeSpike-SeederF.

Terwijl in 1903 de baan nog gemaaid werd met door paarden getrokken Ransomes-cilindermaaiers heeft de Koninklijke Golfclub Oostende nu een modern machinepark. In 1903 werden volgens Brackx de roughs ook nog gemaaid met de zeis of door schapen begraasd, wat op zich heel ecologisch is natuurlijk. Wat ook bijzonder is: alles wordt in eigen beheer gedaan, er worden nauwelijks werkzaamheden uitbesteed. Het enige wat wordt uitbesteed zijn de werkzaamheden die te veel tijd zouden wegnemen van het initiële golfbaanonderhoud. Hier vallen bijvoorbeeld het verwijderen van grote oppervlakten bomenbestanden of het aanplanten van grote aantallen inheemse beplanting onder.

Manier van baanonderhoud

De tees worden gemaaid met de Toro Greensmaster 3250-D met drie maaibakken. De golfbaan heeft er drie lopen waarvan de laatste vorig jaar is aangekocht. Ze hebben hier een versie met 10 messen waarmee de tees en de avant-greens worden gemaaid op 9 millimeter. Ook is er een versie met 11 messen waarmee de greens worden gemaaid op 4 millimeter. De fairways worden met Toro Reelmasters 5610 gemaaid op 16 millimeter. De semi-roughs worden met een John Deere 9009A TerrainCut-cirkelmaaier gemaaid. Brackx: ‘Deze John Deere stamt nog uit de tijd van de vorige hoofdgreenkeeper, maar hij maait nog perfect, dus houden we hem in dienst.’

De greens worden belucht met een Toro ProCore 648, de tees met een Wiedenmann Greens Terra Spike G6/160. Met de volle tand wordt vanaf maart zo vaak mogelijk belucht. Met de holle tand wordt in maart belucht, daarna bezand, vervolgens ingezaaid en dan weer bezand.

Bezanden gebeurt met de Toro ProPass Topdresser. Brackx: ‘We bezanden voor het inzaaien omdat het graszaad ook niet té diep in de gaten moet vallen natuurlijk.’ In september wordt nogmaals met de holle tand belucht. Zaaien en bemesten wordt gedaan met een handmachine, de AccuPro 2000, een product van ICL. De fairways worden belucht met de Verti-Drain 7316 van Redexim. Bij deze machine moet je volgens Brackx overigens wel opletten als je over een heuvel rijdt dat de messen niet omhoog slaan. ‘De reden dat ik bij de fairways voor deze Verti-Drain kies, is omdat hij veel robuuster is dan een Wiedenmann. De capaciteit ligt hoger en fairways zijn qua oppervlakte natuurlijk veel groter dan tees en greens.’ Al is de golfbaan uiteraard zeer terughoudend wat het gebruik van chemische middelen betreft, als er gespoten moet worden, dan gebeurt dit met een veldspuit van Toro, de Multi Pro. Deze wordt eveneens ingezet om vloeibare mest te spuiten.

Unieke natuur op golfbaan

De Koninklijke Golfclub Oostende is een golfbaan die veel Natura 2000 en andere natuur om zich heen heeft en dus moet daar natuurlijk sterk rekening mee worden gehouden. Vandaar dat de roughs zo veel mogelijk met rust gelaten worden. Er worden ook geen bloemenranden ingezaaid, zoals dat op andere golfbanen in ons land al wel gebeurt. Dat hoeft ook niet, want de Koninklijke in Oostende is qua natuur al zeer uniek van zichzelf. Het enige dat de greenkeepers doen, is de rough eenmaal per jaar in de winterperiode maaien en verder opslag van boompjes en sierheesters en uitheemse soorten rooien. Reden om maar een keer per jaar de rough te maaien is ook om broedende vogels ruim de kans te geven om hun kroost groot te brengen.

Het structureel verwijderen van uitheemse plantensoorten en het ecologische beheer de afgelopen jaren hebben gezorgd voor een unieke biotoop op de Koninklijke Golfclub Oostende. Zo vind je op deze golfbaan de grootste concentratie hagedisorchideeën van Noord-Europa, een zeer bedreigde orchideeënsoort. Verder het zeldzame kruipend moeraskruid (Apium Berouw) en de blauwe zeedistel (Eryngium maritimum). Qua diersoorten de smalmondige whorlslak (Vertigo angustior) en de zeer zeldzame natterjackpad (Bufo calamita). Voor de vogelsoort tapuit is de Koninklijke in Oostende in ons land zelfs een van de laatste broedplaatsen. Ook de Saxicola rubetra, een vliegenvangersoort, is een zeldzame broedvogel op de golfbaan. Verder kunnen qua zeldzame vlindersoorten nog de kleine parelmoervlinder, het bruine blauwtje en de heidevlinder genoemd worden. Vorig jaar heeft de golfbaan haar inzet voor een natuurlijke omgeving vernieuwd door een nieuw ambitieus plan voor de komende twintig jaar op te stellen. Dit plan is ingebed in een Natuurrichtlijn die tot doel heeft de biodiversiteit nog drastischer te vergroten en tevens de natuurlijke ecologische habitat te beschermen. Dit ambitieuze plan wordt ondersteund door de Vlaamse en Belgische regering en door de Europese Unie.

Mogelijk drainagesysteem

Bemesten van de golfbaan met mestkorrels doet Brackx meestal in maart net voor een regenachtige periode. Tijdens het seizoen past hij vloeibare meststof toe, indien nodig door middel van de Toro Multi Pro-veldspuit. ‘Te veel bemesten is ook niet goed voor het gras. Ik kijk of het gelig groen wordt en dan bemest ik, en dan vaak ook nog plaatselijk.’ De tees en greens op de golfbaan zijn nog niet gedraineerd, maar het bestuur is volgens de hoofdgreenkeeper wel aan het kijken om dit misschien toch te doen. De baan heeft namelijk een aantal greens en die hebben ondergronds een vrij dichte kleilaag. Zodoende blijft het, zeker na een regenbui, nat op deze greens. Maar ook in de herfst vormt dit vaak een probleem. Bij hole 2 op de golfbaan staat in de grond inmiddels een meettoestel waarmee de bodemtemperatuur en -vocht gemeten worden. Het is natuurlijk handig, maar omdat deze golfbaan zo enorm afwisselend is wat betreft biotopen blijft het oog van de vakman altijd belangrijker. Vorig jaar heeft de Koninklijke in Oostende een baanrenovatie ondergaan. Zo is er – een hele verbetering volgens Brackx – een irrigatiesysteem van Rain Bird met pop-upsproeiers aangelegd. ‘Sowieso scheelt het voor ons als greenkeepersteam enorm veel werk.’ De sproeiers worden in de nacht aangezet omdat ze dan natuurlijk de minste overlast geven en ook voor de grasmat is het beter. Als er toch nog plaatsen zijn die droog blijven, dan bewateren de greenkeepers die gewoon even met de tuinslang. Doordat het dit jaar een relatief natte zomer is, heeft de baan volgens Brackx wel meer last van schimmels. Bijvoorbeeld de dollar spot (Sclerotinia homoeocarpa), een parasitaire schimmelsoort. Brackx: ‘Van deze schimmel hebben wij met name op de fairways last, net als van rooddraad.’ Als de aantasting meevalt dan past de hoofdgreenkeeper wat vloeibare meststof toe. Als het erger is, dan gebruikt hij ijzer- of kopersulfaat. Ook werkt Brackx met zeewier van Indigrow als biostimulant voor de grasmat. Zeewier is volgens hem vooral in de winter een belangrijk product omdat je dan natuurlijk heel voorzichtig moet zijn met het toedienen van stikstof.

Al is de Koninklijke in Oostende een van de oudste golfbanen in ons land, ze staat nooit stil. Zo wordt naast de aanleg van een drainagesysteem ook nagedacht over het volledig verwijderen van de kleilagen onder de greens waar het te nat blijft na regenbuien. Brackx: ‘Het verwijderen van de kleilagen is wel een relatief dure baanrenovatie. Dus als dat gaat gebeuren, dan gaan we dat in segmenten doen. Maar nu is eerst het clubhuis aan de beurt, dat staat dus al in de steigers.’