Het bedrijf Delvano uit Harelbeke is een pionier in de Belgische landbouwmechanisatie en staat bekend als constructeur van voornamelijk spuitmachines. De bekende blauwgele machines vormen al meer dan een halve eeuw een deel van het decor op onze Belgische akkers. Ook in de groensector is de naam Delvano niet onbekend: heel wat gemeentebesturen hebben wel een of meerdere pekelspuiten of watergeefgroepen in gebruik. Menig golfterrein beschikt zelfs over de opbouwspuiten van Delvano.
Dat Delvano naast constructeur nog veel meer is, dat mochten we eerder dit jaar ondervinden bij de overhandiging van een elektrische Case-minigraver aan de stad Harelbeke. De firma is parallel met het spuitmachinegebeuren steeds actief geweest in het grondverzet.
Begonnen met landbouwloonwerk
Het ontstaan van de nv Delvano gaat terug tot loonwerker Paul Vanlerberghe die, vanuit een gebrek aan een geschikte spuitmachine, samen met zijn personeel er zelf een begon te construeren in de kalme wintermaanden. In 1966 werd het loonbedrijf overgelaten aan twee collega’s uit de buurt en werd er dan voor 100% ingezet op constructie.
We blikken met Joachim Vanlerberghe, de huidige CEO en zaakvoerder, terug op de rijke geschiedenis van dit unieke Belgische merk.
GreenTechPower: ‘Spuitmachines waren niet jullie eerste product bij de opstart?’
Joachim Vanlerberghe: ‘Delvano is bekend als constructeur van spuitmachines sinds 1966, maar eigenlijk is het grondverzet de basis van de firma geweest. Mijn grootvader heeft destijds nog getrokken landbouwkraantjes gemaakt. Die ontstonden op vraag van de landbouwers uit de streek om bieten en mest te laden en grachten te kuisen. In de buurt zat Ford-dealer De Lille (die nu Merlo importeert). Daar werkte mijn grootvader mee samen voor trekkers die ook als basis dienden voor onze zelfrijdende spuiten. Om de klanten geschikte graafmachines te kunnen blijven aanbieden, is mijn grootvader begonnen met mobiele kranen te bouwen. Die construeerde hij met assen en wielen uit het leger, een motor en de arm en het onderstel construeerde hij zelf. De vraag nam toe, maar hij kon niet volgen met produceren. Zo is hij gebruikte machines uit Duitsland beginnen invoeren en in 1970 werd hij verdeler van het merk Mengele. Dat werd later overgenomen door Faun, dat op zijn beurt overging in Orenstein & Koppel, beter gekend als O&K. Dat creëerde meer mogelijkheden want al snel kwamen de ‘rode’ graafmachines in beeld bij landbouwers en loonwerkers door hun goede hefprestaties en Duitse kwaliteitscomponenten. O&K was destijds de pionier voor de ‘tripel’ arm of gedeelde giek, wat ook door de aannemingsbedrijven werd opgemerkt. In 2000 is O&K in CNH (Case New Holland) opgegaan.’
‘Niet alleen de merken veranderden, ook de noden van onze klanten. Vroeger zaten we heel sterk in de landbouw met machines om mest en bieten te laden met een aangepaste bietenbak. Dan zijn de reinigers gekomen en nu wordt er met zelfrijdende laders/reinigers gewerkt. Dat vaste cliënteel voor laadkranen met een bietenbak viel daarmee weg. Zo zijn we gaan zoeken naar andere klanten in de bouw. Met het Case-verhaal kregen we passendere machines, en zo zijn we ons daar intensiever mee gaan bezighouden.
Het regionale verhaal
Joachim: ‘De bouwmachines van Case werden rond 2001 geïmporteerd door Bestmat, onderdeel van BIA, uit Overijse. Omwille van de afstand werden wij aangesteld als servicepunt voor West-Vlaanderen. Zo is de bal aan het rollen gegaan. Toen BIA dan voor Komatsu heeft moeten kiezen, zat Case weer zonder importeur. Die import is daarna overgenomen door Key-Tec voor Vlaanderen en Dannemark voor Wallonië. Wij zagen de bouwmachines van Case zeker zitten en vanaf 2012 zijn wij onder Key-Tec verdeel- en servicepunt voor West-Vlaanderen geworden, een keuze die we ons niet beklagen. Wij doen het volledige gamma van Case. Meestal verkopen we machines van rond de 15 ton als binnendraaier, soms zit daar al eens een 25- à 30-tonner tussen. Naar grotere machines is hier amper vraag. De grootste die we ooit geleverd hebben, is een 45-tonner bij een schroothandelaar.’
GTP: ‘Dit voorjaar leverde je de eerste elektrische Case-graafmachine aan de stad Harelbeke. Een primeur?’
Joachim: ‘Harelbeke schreef een aanbesteding uit voor een elektrische minigraver, die de gemeente zocht voor op de begraafplaatsen en voor de mensen van de groendienst. Daarop hebben wij de CX15EV aangeboden. Dit is voor zover ik weet de eerste elektrische minigraver van Case in België, en Key-Tec heeft er nog een in de verhuur zitten.
Harelbeke wilde een verstelbare onderwagen van maximum één meter breed om tussen de gangpaden te kunnen rijden. Daar hebben we toen de perfecte machine voor aangeboden … en verkocht.’
What’s in a name?
Delvano komt uit de samentrekking van 3 namen: Delaere, Vanlerberghe en Ottevaere.
Joachim: ‘Delaere en Ottevaere waren twee mensen die hier in de streek in het vlas zaten. Die zijn bij de oprichting in 1966 bijgesprongen om wat financiële input te geven. Bovendien hebben zij via hun netwerk Delvano in Wallonië mee op de kaart gezet. Halverwege de jaren ‘70 hebben beide families zich uit het bedrijf teruggetrokken omdat ze zelf geen opvolging hadden en hebben mijn vader en tante de aandelen overgenomen.’
Delvano en de groensector
Wie in het gamma van Delvano kijkt, ziet al snel dat er heel wat machines voor de groensector en voor openbare besturen in het gamma zitten. Niet de kolossale spuitmachines vanuit de landbouw, maar de spuiten die door een motoculteur worden getrokken, en de gedragen spuiten voor minitractoren of handgetrokken wagentjes met motorpomp. Verder bouwt Delvano al jaren pekelspuiten voor de winterdienst, watergeefinstallaties enzovoort.