Golfclub Bois d’Arlon heeft de ambitie om een golfbestemming op Europees niveau te worden

12 januari 2026
Christophe Daemen
Christophe Daemen en Bois d’Arlon

Drie jaar geleden hadden we de gelegenheid om de opbouw van de toekomstige golfclub van Bois d’Arlon van dichtbij te mogen meemaken. Inmiddels hebben de graafmachines al bijna een jaar plaatsgemaakt voor greenmaaiers en spelers. De perfecte gelegenheid om Gaëtan Lits, de hoofdgreenkeeper, te ontmoeten om wat meer te weten te komen over het dagelijkse leven op de nieuwe golfbaan.

De golfclub Bois d’Arlon opende haar deuren in 2024. Het landgoed biedt zijn spelers twee golfbanen: de Heathland, een 18-holesbaan omzoomd door brem en heide die bijzonder geschikt is voor liefhebbers van technische uitdagingen, en de Parkland, een 9-holesbaan waarvan de fairways worden begrensd door honderd jaar oude bomen. Deze twee banen vereisen twee verschillende soorten aanpak, zowel wat betreft de lengte van de course als de moeilijkheidsgraad van het spel. Ze zijn ontworpen door de beroemde golfarchitecten Stuart Hallett en Jonathan Davison.

Op dit moment verwelkomt Bois d’Arlon ongeveer 40% Belgische spelers, 40% Luxemburgse spelers en 20% spelers uit het buitenland. Het luxehotel dat op de site is gebouwd, stelt spelers van verder weg in staat om ter plaatse te verblijven. Sommigen maken zelfs van de gelegenheid gebruik om beide banen op twee opeenvolgende dagen te spelen. Olivier Boulard, de directeur van de golf, stelt dat Bois d’Arlon op termijn een golfbestemming op Europees niveau wil worden: ‘We willen iets creëren dat nergens anders bestaat, in ieder geval niet binnen een straal van honderd kilometer. Om dit te bereiken, zijn we van plan ons dienstenaanbod verder te ontwikkelen, ons meer te richten op de academie en kleine details aan te bieden die het verschil maken. Zo zijn onze golfkarretjes uitgerust met een gps-scherm waarmee spelers zich op de baan kunnen lokaliseren en extra informatie krijgen over de hole die ze gaan spelen.’

Greenkeeper of the Year in 2024

Gaëtan Lits is vanaf het begin van de ontwikkeling aangeworven als hoofdgreenkeeper en heeft daarmee vanaf het begin van het project de gehele ontwikkeling gevolgd. In 2024 werd hij verkozen tot Greenkeeper of the Year. We vroegen hem om ons iets meer te vertellen over zijn job, maar ook over de verantwoordelijkheden en moeilijkheden die ermee gepaard gaan. Gaëtan vervolgt: ‘De functie van hoofdgreenkeeper is veelzijdig en veeleisend. Mijn belangrijkste missie is om de kwaliteit van de baan en de tevredenheid van de spelers het hele jaar door te garanderen. De verantwoordelijkheden zijn talrijk: teambeheer, planning in functie van toernooien en spelers, keuze van machines, beheer van watervoorraden en inputs, naleving van milieunormen en budgetbeheer. Je moet dus tegelijkertijd een technicus, een manager, een agronoom en een meteoroloog zijn. De moeilijkheid van het werk ligt vooral in het feit dat we met onvoorspelbare factoren werken: weer, ziekte, milieu- en regelgevingsdruk, maar ook de snelle evolutie van de verwachtingen van golfers. Tegelijk is het een spannende job. De greenkeeper draagt direct bij aan de beleving van de spelers, hij ziet elke dag het resultaat van zijn werk en hij staat mee in voor het behoud van de biodiversiteit. Het vak is enorm aan het veranderen, en dit maakt het geheel nog uitdagender dan vroeger.’

Gekwalificeerd personeel vinden blijft een uitdaging

Op dit moment bestaat het onderhoudsteam van het terrein uit dertien mensen naast Gaëtan. Hij vervolgt: ‘Naast een technieker en een assistent hebben we maar elf greenkeepers in dienst. Geschoolde arbeidskrachten zijn schaars, niet in het minst omdat er in België geen specifieke opleiding tot greenkeeper bestaat. In het zuiden van het land is de situatie nog complexer door de nabijheid van Luxemburg, dat dankzij hogere salarissen veel kandidaten aantrekt. Het is een technische en veeleisende baan, die een verscheidenheid aan vaardigheden en een echte passie voor gazon vereist. Heel vaak is het nodig om helemaal van nul te beginnen als we iemand aanwerven. Je moet eerst het het terrein uitleggen, de machines die ermee verbonden zijn … Om het team te motiveren, vertrouw ik op betrokkenheid en opleiding. We nemen de tijd om het waarom achter elke taak uit te leggen, en we waarderen de rol van iedereen in het eindresultaat. Ik zorg er ook voor dat ik erkenning geef: als de golfbaan complimenten krijgt, profiteert het hele team ervan. Ten slotte geef ik elke greenkeeper een bepaalde mate van autonomie: een betrokken medewerker is iemand die zich verantwoordelijk voelt voor het terrein waarop hij heeft gewerkt. Als hij zich aan het eind van de dag omdraait, moet hij trots zijn op zijn werk: elk detail telt en alles moet perfect zijn.’

Een gloednieuw machinepark

Na een zorgvuldige analyse van de markt koos Bois d’Arlon uiteindelijk voor een vloot Toro-machines. Gaëtan vervolgt: ‘Voor ons is het makkelijker om met één merk te werken, zodat we de machines gemakkelijker kunnen volgen en onderhouden. Voor het machinebeheer werken we met de software Toro myTurf Pro.

Elke machine is uitgerust met een zender die het aantal werkuren automatisch registreert. Dit helpt onze technieker bij het plannen van onderhoud, het beheren van onderdelenbestellingen en het maximaliseren van de levensduur van de machines. We hebben twee robots: een BallPicker die de ballen opraapt op de practice, en een Bigmow uitgerust met RTK-technologie waarmee we autonoom 4,5 hectare kunnen maaien. Alles is gecentraliseerd in de cloud en is zowel op smartphone als computer toegankelijk.’

‘Er zijn nieuwe gebouwen gezet om alle machines en de verschillende benodigdheden te kunnen stockeren. Bij de aangebouwde wasplaats houden we de machines schoon tussen twee maaibeurten. Bovendien maakt een gloednieuwe en bijzonder goed uitgeruste werkplaats het mogelijk om de meeste ingrepen aan de machines uit te voeren. De messenslijpmachine heeft bijvoorbeeld de kwaliteit van het werk verhoogd, doordat we met altijd perfect scherpe messen kunnen maaien.’

Nauwkeurige monitoring van de golfbaan

Al het water dat wordt gebruikt voor het beregenen van de golfbaan is afkomstig van een deel van het afstromende water dat wordt opgevangen in een van de meren langs het parcours. De rest van het regenwater wordt overgelaten aan de natuur om de grondwaterspiegel weer te verhogen. Gaëtan: ‘Voor het irrigatiemanagement gebruiken we het nieuwe CirrusPRO-systeem van RainBird. Het is een zeer krachtige tool waarmee we elke sprinkler afzonderlijk kunnen aansturen. De twee banen tellen maar liefst 1.500 aparte sprinklers. Het is dus mogelijk om de watervoorziening nauwkeurig aan te passen aan de behoeften van de verschillende delen van het terrein, met behoud van een gecentraliseerd en mobiel beheer. We hebben ook een Maya-weerstation dat ons voorziet van betrouwbare gegevens om te anticiperen op omstandigheden, de opkomst van ziektes te bepalen en dus onze onderhoudsschema’s aan te passen waar nodig.’

‘Ten slotte raadpleeg ik voortdurend het speelschema van de spelers, waardoor we het werk van het team zo kunnen organiseren dat we de golfers zo min mogelijk storen, met behoud van de kwaliteit van de baan. Al deze tools zijn essentieel geworden om onze organisatie te optimaliseren. Technologie helpt enorm, maar er is geen vervanging voor observatie ter plaatse en het ‘voelen’ van de grasmat. We werken met levende wezens, met natuurlijke cycli die we niet beheersen, en aan een terrein dat is blootgesteld aan de elementen, aan de druk van de spelers en aan onze eigen eisen. Zelfs na de werkuren blijft het parcours in je achterhoofd: het weer, de robots, de beregening, de komende wedstrijden … Met de technologische hulpmiddelen van vandaag hebben we de golfbaan letterlijk in onze broekzak.’

Bois d’Arlon werkt al sinds het begin volgens het zerofytoprincipe. Gaëtan: ‘We spelen het spel voluit, al maken we het ons daarmee niet makkelijk. We werken samen met de consulent Michel Poncelet. Naast zijn basisschema komt hij meestal één keer per maand voor een rondleiding over het veld. Natuurlijk blijft hij bereikbaar als we onvoorziene moeilijkheden tegenkomen. Zowel op het gebied van de toepassing van meststoffen als op het gebied van ziekte- en plaagbestrijding lopen we voortdurend tegen grenzen aan. Persoonlijk vind ik de overgang naar zerofyto in het vak jammer, want ik merk dat er minder eenheid is tussen greenkeepers dan voorheen. Ieder past zijn methode op een bepaalde manier toe, met zijn ups en downs, maar wil die niet echt delen met de anderen.’

Ook interessant voor jou